BWBR0032734
Geldig vanaf 12-01-2013
Artikel 3
Verordening op de Raad voor Toezicht
1. De Raad bestaat uit de volgende leden:
a. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter; en
b. vijf accountants.
2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn werkzaam of zijn werkzaam geweest als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast en zijn geen accountant.
3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter mogen niet in relatie staan tot een accountantspraktijk of een accountantsafdeling, anders dan in een cliëntrelatie.
4. De leden van de Raad worden door de besturen van NIVRA en NOvAA benoemd voor een periode van vier jaar. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
5. De leden treden af volgens een door de besturen van NIVRA en NOvAA vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal leden aftreedt.
6. Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
7. Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd.
8. Voor degenen die voor de eerste maal na de inwerkingtreding van deze verordening worden benoemd, kan worden afgeweken van het vierde lid.
a. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter; en
b. vijf accountants.
2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn werkzaam of zijn werkzaam geweest als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast en zijn geen accountant.
3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter mogen niet in relatie staan tot een accountantspraktijk of een accountantsafdeling, anders dan in een cliëntrelatie.
4. De leden van de Raad worden door de besturen van NIVRA en NOvAA benoemd voor een periode van vier jaar. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
5. De leden treden af volgens een door de besturen van NIVRA en NOvAA vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal leden aftreedt.
6. Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
7. Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd.
8. Voor degenen die voor de eerste maal na de inwerkingtreding van deze verordening worden benoemd, kan worden afgeweken van het vierde lid.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032734
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl