BWBR0032673
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 22
Regeling beheer politie
1. De korpschef verstrekt aan de minister een 3-maandsmanagementrapportage over de maanden januari tot en met maart, een 6-maandsmanagementrapportage over de maanden januari tot en met juni, een 9-maandsmanagementrapportage over de maanden januari tot en met september en een 12-maandsmanagementrapportage over de maanden januari tot en met december over de uitvoering van het beheersplan. Deze managementrapportages worden telkens uiterlijk op respectievelijk 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari verstrekt aan de minister.
2. De in het eerste lid bedoelde rapportages en het jaarverslag bevatten in ieder geval de onderstaande informatie:
a. de omvang van de operationele sterkte, bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit verdeling sterkte en middelen politie, en de niet-operationele sterkte alsmede de verdeling van de operationele en de niet-operationele sterkte over de onderdelen van de politie;
b. het aantal aspiranten alsmede de verdeling van de aspiranten over de onderdelen van de politie.
3. De minister stelt jaarlijks voor 15 mei het jaarverslag over het voorafgaande jaar vast.
4. Het vastgestelde jaarverslag wordt als bijlage bij het jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie ter informatie aan de Staten-Generaal gezonden.
5. De korpschef toetst in periodieke audits de mate waarin de door hem verwerkte gegevens eenduidig, consistent en volledig zijn.
2. De in het eerste lid bedoelde rapportages en het jaarverslag bevatten in ieder geval de onderstaande informatie:
a. de omvang van de operationele sterkte, bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit verdeling sterkte en middelen politie, en de niet-operationele sterkte alsmede de verdeling van de operationele en de niet-operationele sterkte over de onderdelen van de politie;
b. het aantal aspiranten alsmede de verdeling van de aspiranten over de onderdelen van de politie.
3. De minister stelt jaarlijks voor 15 mei het jaarverslag over het voorafgaande jaar vast.
4. Het vastgestelde jaarverslag wordt als bijlage bij het jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie ter informatie aan de Staten-Generaal gezonden.
5. De korpschef toetst in periodieke audits de mate waarin de door hem verwerkte gegevens eenduidig, consistent en volledig zijn.