BWBR0032673
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 21
Regeling beheer politie
1. In het beheersplan zijn, naast de indeling van de eenheden, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Politiewet 2012, in districten en basisteams, ten minste opgenomen:
a. het sterktebeleid waaronder de sterkteverdeling, de organisatie en formatie en de bezetting;
b. het personeelsbeleid waaronder de meerjarige strategische personeelsplanning, het beleid op het terrein van leiderschap, loopbaanbeleid, het mobiliteitsbeleid, een divers samengesteld personeelsbestand, het integriteitbeleid en de maatregelen die voortvloeien uit de uitvoering van de vastgestelde CAO;
c. het ICT-beleid waaronder het beleid op het terrein van het onderhoud en vernieuwing en de informatieorganisatie;
d. het beleid op het gebied van materieel, waaronder inkoop en huisvesting.
2. De minister stelt voor de derde dinsdag van september het ontwerpbeheersplan voor het komende begrotingsjaar op.
3. Het ontwerpbeheersplan wordt als bijlage bij de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan de Staten-Generaal gezonden.
4. De minister stelt het beheersplan vast na goedkeuring van de begroting voor hetzelfde jaar van zijn ministerie door de Staten-Generaal.
5. De korpschef meldt een voorgenomen wijziging van de organisatie of formatie, waarvan de gevolgen nog niet in het beheersplan zijn opgenomen en die wijzigingen in de verdeling van de operationele sterkte tot gevolg zal hebben, zo spoedig mogelijk aan de minister.
a. het sterktebeleid waaronder de sterkteverdeling, de organisatie en formatie en de bezetting;
b. het personeelsbeleid waaronder de meerjarige strategische personeelsplanning, het beleid op het terrein van leiderschap, loopbaanbeleid, het mobiliteitsbeleid, een divers samengesteld personeelsbestand, het integriteitbeleid en de maatregelen die voortvloeien uit de uitvoering van de vastgestelde CAO;
c. het ICT-beleid waaronder het beleid op het terrein van het onderhoud en vernieuwing en de informatieorganisatie;
d. het beleid op het gebied van materieel, waaronder inkoop en huisvesting.
2. De minister stelt voor de derde dinsdag van september het ontwerpbeheersplan voor het komende begrotingsjaar op.
3. Het ontwerpbeheersplan wordt als bijlage bij de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan de Staten-Generaal gezonden.
4. De minister stelt het beheersplan vast na goedkeuring van de begroting voor hetzelfde jaar van zijn ministerie door de Staten-Generaal.
5. De korpschef meldt een voorgenomen wijziging van de organisatie of formatie, waarvan de gevolgen nog niet in het beheersplan zijn opgenomen en die wijzigingen in de verdeling van de operationele sterkte tot gevolg zal hebben, zo spoedig mogelijk aan de minister.