BWBR0032607
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 5
Regeling klachtbehandeling politie
1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een jaarverslag van haar werkzaamheden vast overeenkomstig een door de korpschef in overeenstemming met de voorzitters van de klachtencommissies vastgesteld model. De nationale klachtencommissie stelt alleen een jaarverslag op wanneer de nationale klachtencommissie in het betreffende jaar de Minister of de korpschef heeft geadviseerd bij hun in artikel 70, derde en zesde lid, van de wetgenoemde taken.
2. De klachtencommissies registreren de klachten conform de uniforme rubricering zoals bepaald krachtens artikel 6, eerste lid.
3. Het jaarverslag wordt uiterlijk 1 maart aangeboden aan de politiechef, alsmede aan de korpschef ten behoeve van het jaarverslag van de politie. Het jaarverslag van de nationale klachtencommissie wordt in voorkomende gevallen uiterlijk 1 maart aangeboden aan de Minister en de korpschef.
4. De Minister, de korpschef en de politiechef verstrekken de klachtencommissies alle gegevens die zij voor behandeling en advisering nodig achten.
5. De leden van de klachtencommissies gaan vertrouwelijk om met informatie die zij vernemen tijdens de klachtbehandeling.
6. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, eerste volzin, stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op waarin in ieder geval afspraken staan over een gedeelde werkwijze en de werking van de nationale klachtencommissie. De korpschef biedt hierin ondersteuning.
7. De korpschef voorziet in de bekostiging van de klachtencommissies, waaronder de vergoeding aan de leden overeenkomstig een op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissiesdoor de Minister te nemen besluit.
2. De klachtencommissies registreren de klachten conform de uniforme rubricering zoals bepaald krachtens artikel 6, eerste lid.
3. Het jaarverslag wordt uiterlijk 1 maart aangeboden aan de politiechef, alsmede aan de korpschef ten behoeve van het jaarverslag van de politie. Het jaarverslag van de nationale klachtencommissie wordt in voorkomende gevallen uiterlijk 1 maart aangeboden aan de Minister en de korpschef.
4. De Minister, de korpschef en de politiechef verstrekken de klachtencommissies alle gegevens die zij voor behandeling en advisering nodig achten.
5. De leden van de klachtencommissies gaan vertrouwelijk om met informatie die zij vernemen tijdens de klachtbehandeling.
6. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, eerste volzin, stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op waarin in ieder geval afspraken staan over een gedeelde werkwijze en de werking van de nationale klachtencommissie. De korpschef biedt hierin ondersteuning.
7. De korpschef voorziet in de bekostiging van de klachtencommissies, waaronder de vergoeding aan de leden overeenkomstig een op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissiesdoor de Minister te nemen besluit.