BWBR0032588
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel XXIII
Wijzigingswet Wet op de rechterlijke indeling, enz. (vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel)
1. De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten wijst, na daaromtrent het gevoelen te hebben ingewonnen van de orde van advocaten in het arrondissement Oost-Nederland, zoals dat bestond vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, de personen aan die vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als deken of overige leden zitting hebben in de raden van toezicht, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwetvan de arrondissementen Gelderland en Overijssel, voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die termijn geven de orden in die arrondissementen uitvoering aan artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet.
2. Archiefbescheiden van de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Oost-Nederland worden overgedragen aan:
a. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Gelderland, indien het archiefbescheiden betreft welke op de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in de arrondissementen Arnhem en Zutphen aan de rechtbank Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;
b. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Overijssel, indien het archiefbescheiden betreft welke op de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit de orden van advocaten onderscheidenlijk de raden van toezicht in de arrondissementen Almelo en Zwolle-Lelystad aan de rechtbank Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;
c. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Gelderland, indien het andere dan de in de onderdelen a en b genoemde archiefbescheiden betreft, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
3. De benoemingsduur van afgevaardigden en hun plaatsvervangers in het college van afgevaardigden, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Advocatenwet, welke zijn gekozen in de vergadering van de orde in het arrondissement Oost-Nederland eindigt binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I. Binnen die termijn geven de orden van advocaten in de arrondissementen Gelderland en Overijssel uitvoering aan artikel 20, eerste lid, van de Advocatenwet.
2. Archiefbescheiden van de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Oost-Nederland worden overgedragen aan:
a. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Gelderland, indien het archiefbescheiden betreft welke op de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in de arrondissementen Arnhem en Zutphen aan de rechtbank Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;
b. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Overijssel, indien het archiefbescheiden betreft welke op de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit de orden van advocaten onderscheidenlijk de raden van toezicht in de arrondissementen Almelo en Zwolle-Lelystad aan de rechtbank Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;
c. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het arrondissement Gelderland, indien het andere dan de in de onderdelen a en b genoemde archiefbescheiden betreft, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
3. De benoemingsduur van afgevaardigden en hun plaatsvervangers in het college van afgevaardigden, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Advocatenwet, welke zijn gekozen in de vergadering van de orde in het arrondissement Oost-Nederland eindigt binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I. Binnen die termijn geven de orden van advocaten in de arrondissementen Gelderland en Overijssel uitvoering aan artikel 20, eerste lid, van de Advocatenwet.