BWBR0032588
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel XVIII
Wijzigingswet Wet op de rechterlijke indeling, enz. (vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel)
1. De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel Ials voorzitter van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Gelderland.
2. De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel Ials niet-rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in de benoeming als niet-rechterlijk lid van de rechtbank Gelderland. Hij wordt als zodanig niet beëdigd.
3. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, één rechterlijk lid kent, wordt de benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is benoemd als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel.
4. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, twee rechterlijke leden kent, worden de benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als rechterlijke leden van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel respectievelijk de benoeming als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Overijssel. In dat geval wordt als voorzitter van de rechtbank Overijssel benoemd degene die als eerste in het bestuur is benoemd of, bij gelijktijdige benoeming, degene die in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, tot benoeming van de bestuursleden van de rechtbank Oost-Nederland, na de voorzitter, als eerste wordt genoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
5. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatiehoort de Raad voor de rechtspraak, voorafgaand aan het opstellen van de aanbeveling voor een benoeming met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel Ivan een lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, voor zover het niet van rechtswege wordt benoemd ingevolge het eerste tot en met vierde lid, een commissie bestaande uit ten minste drie personen, waaronder ten minste één rechterlijk ambtenaar en ten minste één gerechtsambtenaar, aan te wijzen door het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, met dien verstande dat alleen personen kunnen worden aangewezen die op basis van een aanstelling bij de rechtbank Oost-Nederland werkzaam zijn.
6. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatiestelt de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in plaats van het bestuur van het gerecht, de Raad voor de rechtspraak op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad van de rechtbank Oost-Nederland.
7. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenwordt de aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I door een persoon die met ingang van diezelfde dag wordt benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, in plaats van door het bestuur van het gerecht, opgemaakt en aan de Raad voor de rechtspraak gezonden door de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in geval van vervulling van een functie bij de rechtbank Gelderland, onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.
8. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenkan de commissie, bedoeld in het vijfde lid, worden geadviseerd door de gerechtsvergadering van de rechtbank Oost-Nederland inzake de lijst van aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I, voor zover het kandidaten betreft die met ingang van diezelfde dag worden benoemd als lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel en die met ingang van diezelfde dag nog niet ingevolge artikel XVII, eerste en derde lid, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast werkzaam zijn.
2. De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel Ials niet-rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in de benoeming als niet-rechterlijk lid van de rechtbank Gelderland. Hij wordt als zodanig niet beëdigd.
3. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, één rechterlijk lid kent, wordt de benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is benoemd als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel.
4. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, twee rechterlijke leden kent, worden de benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als rechterlijke leden van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel respectievelijk de benoeming als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Overijssel. In dat geval wordt als voorzitter van de rechtbank Overijssel benoemd degene die als eerste in het bestuur is benoemd of, bij gelijktijdige benoeming, degene die in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, tot benoeming van de bestuursleden van de rechtbank Oost-Nederland, na de voorzitter, als eerste wordt genoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
5. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatiehoort de Raad voor de rechtspraak, voorafgaand aan het opstellen van de aanbeveling voor een benoeming met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel Ivan een lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, voor zover het niet van rechtswege wordt benoemd ingevolge het eerste tot en met vierde lid, een commissie bestaande uit ten minste drie personen, waaronder ten minste één rechterlijk ambtenaar en ten minste één gerechtsambtenaar, aan te wijzen door het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, met dien verstande dat alleen personen kunnen worden aangewezen die op basis van een aanstelling bij de rechtbank Oost-Nederland werkzaam zijn.
6. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatiestelt de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in plaats van het bestuur van het gerecht, de Raad voor de rechtspraak op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad van de rechtbank Oost-Nederland.
7. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenwordt de aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I door een persoon die met ingang van diezelfde dag wordt benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, in plaats van door het bestuur van het gerecht, opgemaakt en aan de Raad voor de rechtspraak gezonden door de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in geval van vervulling van een functie bij de rechtbank Gelderland, onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.
8. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenkan de commissie, bedoeld in het vijfde lid, worden geadviseerd door de gerechtsvergadering van de rechtbank Oost-Nederland inzake de lijst van aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I, voor zover het kandidaten betreft die met ingang van diezelfde dag worden benoemd als lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel en die met ingang van diezelfde dag nog niet ingevolge artikel XVII, eerste en derde lid, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast werkzaam zijn.