BWBR0032523
Geldig vanaf 2021-04-21
Artikel 2.4
Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
1. De minister beoordeelt of de nationale gidsen voor goede praktijken kunnen bijdragen aan de naleving van het bij of krachtens de Wet dierenbepaalde.
2. Nationale gidsen voor goede praktijken als bedoeld in verordening (EG) nr. 852/2004, verordening (EG) nr. 183/2005, verordening (EG) nr. 1069/2009respectievelijk verordening (EG) nr. 1099/2009worden voorts beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 852/2004, artikel 21 van verordening (EG) nr. 183/2005, artikel 30 van verordening (EG) nr. 1069/2009respectievelijk artikel 13 van verordening (EG) nr. 1099/2009.
3. Nationale gidsen als bedoeld in verordening (EG) nr. 852/2004, worden slechts beoordeeld voor zover deze betrekking hebben op exploitanten van levensmiddelenbedrijven als bedoeld in sectie I tot en met IV van bijlage III van verordening (EG) nr. 853/2004.
2. Nationale gidsen voor goede praktijken als bedoeld in verordening (EG) nr. 852/2004, verordening (EG) nr. 183/2005, verordening (EG) nr. 1069/2009respectievelijk verordening (EG) nr. 1099/2009worden voorts beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 852/2004, artikel 21 van verordening (EG) nr. 183/2005, artikel 30 van verordening (EG) nr. 1069/2009respectievelijk artikel 13 van verordening (EG) nr. 1099/2009.
3. Nationale gidsen als bedoeld in verordening (EG) nr. 852/2004, worden slechts beoordeeld voor zover deze betrekking hebben op exploitanten van levensmiddelenbedrijven als bedoeld in sectie I tot en met IV van bijlage III van verordening (EG) nr. 853/2004.