BWBR0032469
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 13
Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster
1. Ten behoeve van de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de begroting conform artikel 29 van de Kaderwetbeoordeelt de minister de begroting zoals door de Dienst bij de minister neergelegd na instemming van de raad van toezicht en besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan hetgeen in het tweede lid benoemd.
2. De begroting bevat de navolgende elementen, waarbij ter vergelijking bij de onderdelen a, b en c tevens de gerealiseerde gegevens van het laatst afgesloten boekjaar, het lopende jaar, het komende begrotingsjaar en de vier volgende jaren worden vermeld:
a. de begroting conform artikel 27 van de Kaderwet aangevuld met de kosten en opbrengsten, zowel met betrekking tot de gehele exploitatie als onderscheiden per strategische eenheid;
b. de wijze van financiering;
c. een overzicht en bedrijfseconomische onderbouwing van investeringen van zwaarwegend belang;
d. de belangrijkste risico’s voor de continuïteit en de kwaliteit van de taakuitvoering van de Dienst, de wijze waarop deze risico’s zijn afgedekt alsmede de financiële consequenties daarvan;
e. een toelichting op de onderdelen a tot en met d.
3. Om de minister in staat te stellen de begroting goed te beoordelen voegt de Dienst bij de begroting relevante informatie over het lopende jaar.
2. De begroting bevat de navolgende elementen, waarbij ter vergelijking bij de onderdelen a, b en c tevens de gerealiseerde gegevens van het laatst afgesloten boekjaar, het lopende jaar, het komende begrotingsjaar en de vier volgende jaren worden vermeld:
a. de begroting conform artikel 27 van de Kaderwet aangevuld met de kosten en opbrengsten, zowel met betrekking tot de gehele exploitatie als onderscheiden per strategische eenheid;
b. de wijze van financiering;
c. een overzicht en bedrijfseconomische onderbouwing van investeringen van zwaarwegend belang;
d. de belangrijkste risico’s voor de continuïteit en de kwaliteit van de taakuitvoering van de Dienst, de wijze waarop deze risico’s zijn afgedekt alsmede de financiële consequenties daarvan;
e. een toelichting op de onderdelen a tot en met d.
3. Om de minister in staat te stellen de begroting goed te beoordelen voegt de Dienst bij de begroting relevante informatie over het lopende jaar.