BWBR0032468
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 18
Beleidsregels sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
1. De minister voert de evaluatie zoals bedoeld in artikel 39 van de Kaderwetuit conform de op het moment van evaluatie geldende evaluatierichtlijnen van de minister van Financiën.
2. De minister stelt het zbo in kennis van het verslag alvorens de minister het verslag aan de Staten-Generaal zendt, met het verzoek hierop te reageren binnen de bij het verzoek door de minister gestelde termijn.
3. De minister reageert op de visie van het zbo ten aanzien van het verslag en geeft daarbij in ieder geval aan in hoeverre de visie van het zbo is betrokken bij de finale besluitvorming.
2. De minister stelt het zbo in kennis van het verslag alvorens de minister het verslag aan de Staten-Generaal zendt, met het verzoek hierop te reageren binnen de bij het verzoek door de minister gestelde termijn.
3. De minister reageert op de visie van het zbo ten aanzien van het verslag en geeft daarbij in ieder geval aan in hoeverre de visie van het zbo is betrokken bij de finale besluitvorming.