BWBR0032468
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 14
Beleidsregels sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
1. Ten behoeve van de goedkeuring van het financieel meerjarenbeleidsplan beoordeelt de minister het plan, zoals dat door het zbo aan de minister is aangeboden na instemming van de raad van toezicht en besteedt hij daarbij in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten:
a. volledigheid van de elementen genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Regeling sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;
b. mate van op-/afbouw reserves;
c. kostendekkendheid per taakcluster;
d. (maximale) omvang van de voorzieningen;
e. investeringen van zwaarwegend belang;
f. het maatschappelijk draagvlak voor tariefstijgingen, zowel bij de burger als bij de branche;
g. de wettelijke basis voor de tarieven en de onderbouwing van die tarieven;
h. ontwikkelingen in de kwaliteit van de dienstverlening in relatie tot de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en de voorgestelde tarieven.
2. Indien de beoordeling door de minister daartoe aanleiding geeft, overlegt de minister met het zbo en past het zbo het financieel meerjarenbeleidsplan aan.
a. volledigheid van de elementen genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Regeling sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;
b. mate van op-/afbouw reserves;
c. kostendekkendheid per taakcluster;
d. (maximale) omvang van de voorzieningen;
e. investeringen van zwaarwegend belang;
f. het maatschappelijk draagvlak voor tariefstijgingen, zowel bij de burger als bij de branche;
g. de wettelijke basis voor de tarieven en de onderbouwing van die tarieven;
h. ontwikkelingen in de kwaliteit van de dienstverlening in relatie tot de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en de voorgestelde tarieven.
2. Indien de beoordeling door de minister daartoe aanleiding geeft, overlegt de minister met het zbo en past het zbo het financieel meerjarenbeleidsplan aan.