BWBR0032443
Geldig vanaf 2013-07-15
Artikel 3
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2013
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regelingkunnen worden ingediend door:
a. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen waarbij een meerderheid van de landbouwondernemingen buiten de Veenkoloniën gevestigd is;
b. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen waarbij een meerderheid van de landbouwondernemingen in de Veenkoloniën gevestigd is;
c. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.
2. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indienen voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regeling.
3. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indienen voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regelingdie betrekking hebben op het verminderen van de uitstoot van ammoniak uit de landbouw door het treffen van stalmaatregelen, voer- en managementmaatregelen en maatregelen voor het uitrijden van dierlijke meststoffen die verder gaan dan hetgeen krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven en die betrekking hebben op projecten met een duur van ten hoogste drie jaar.
4. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid indienen in de periode van 1 maart 2013 tot en met 28 maart 2013.
5. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid indienen in de periode van 15 augustus 2013 tot en met 16 september 2013.
6. In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, van de regeling, kunnen samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aanvragen tot subsidievaststelling indienen tot en met 15 juli 2015.
a. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen waarbij een meerderheid van de landbouwondernemingen buiten de Veenkoloniën gevestigd is;
b. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen waarbij een meerderheid van de landbouwondernemingen in de Veenkoloniën gevestigd is;
c. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.
2. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indienen voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regeling.
3. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indienen voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regelingdie betrekking hebben op het verminderen van de uitstoot van ammoniak uit de landbouw door het treffen van stalmaatregelen, voer- en managementmaatregelen en maatregelen voor het uitrijden van dierlijke meststoffen die verder gaan dan hetgeen krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven en die betrekking hebben op projecten met een duur van ten hoogste drie jaar.
4. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid indienen in de periode van 1 maart 2013 tot en met 28 maart 2013.
5. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kunnen aanvragen als bedoeld in het eerste lid indienen in de periode van 15 augustus 2013 tot en met 16 september 2013.
6. In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, van de regeling, kunnen samenwerkingsverbanden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aanvragen tot subsidievaststelling indienen tot en met 15 juli 2015.