BWBR0032413
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 10
Regeling handel in emissierechten
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie waar biomassa wordt gebruikt voor verbranding toont aan dat de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan het bepaalde in artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, middels een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring op basis van conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering.
2. Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
3. Conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van:
a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, maakt een exploitant, die voor verbranding onder andere gebruik maakt van biomassa in de vorm van pellets, ten behoeve van voor verbranding gebruikte vaste biomassa gebruik van een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, op basis van:
a. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
5. In afwijking van het vierde lid, kan een exploitant voor de verbranding van biogene afval- en reststromen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001tot en met 31 december 2025 gebruik maken van conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificeringsschema als bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingendat is goedgekeurd voor biogene afval- en reststromen.
6. In afwijking van het eerste lid kan een exploitant die voor verbranding gebruik maakt van biomassa zijnde:
a. niet-vloeibare afval- of reststromen die niet van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw afkomstig zijn;
b. vloeibare afval- of reststromen uit verwerking of verbranding van duurzame biomassa in de eigen broeikasgasinstallatie; of
c. afvalstoffen en residuen die in een product zijn verwerkt alvorens zij verder worden verwerkt tot biomassabrandstof,
door middel van een procedure beschreven in het monitoringsplan aantonen hoe de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
7. Indien een exploitant of een gereglementeerde entiteit de biomassafractie bepaalt aan de hand van aankoopbescheiden van biogas overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, staat op het aankoopbescheiden vermeld of de biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
8. Een exploitant of een gereglementeerde entiteit boekt de aankoopbescheiden van biogas af in het kalenderjaar waarin de exploitant de biomassafractie bepaalt met de aankoopbescheiden overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
2. Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
3. Conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van:
a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, maakt een exploitant, die voor verbranding onder andere gebruik maakt van biomassa in de vorm van pellets, ten behoeve van voor verbranding gebruikte vaste biomassa gebruik van een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, op basis van:
a. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
5. In afwijking van het vierde lid, kan een exploitant voor de verbranding van biogene afval- en reststromen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001tot en met 31 december 2025 gebruik maken van conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificeringsschema als bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingendat is goedgekeurd voor biogene afval- en reststromen.
6. In afwijking van het eerste lid kan een exploitant die voor verbranding gebruik maakt van biomassa zijnde:
a. niet-vloeibare afval- of reststromen die niet van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw afkomstig zijn;
b. vloeibare afval- of reststromen uit verwerking of verbranding van duurzame biomassa in de eigen broeikasgasinstallatie; of
c. afvalstoffen en residuen die in een product zijn verwerkt alvorens zij verder worden verwerkt tot biomassabrandstof,
door middel van een procedure beschreven in het monitoringsplan aantonen hoe de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
7. Indien een exploitant of een gereglementeerde entiteit de biomassafractie bepaalt aan de hand van aankoopbescheiden van biogas overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, staat op het aankoopbescheiden vermeld of de biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
8. Een exploitant of een gereglementeerde entiteit boekt de aankoopbescheiden van biogas af in het kalenderjaar waarin de exploitant de biomassafractie bepaalt met de aankoopbescheiden overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.