BWBR0032400
Geldig vanaf 02-12-2012
Artikel 9
Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012
1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door de secretaris, namens het bestuur, bij besluit zijn aangewezen.
2. De ondernemer is verplicht:
a. aan de aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
d. te gedogen dat de aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen dieren, voeder en verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking te verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
3. De toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2. De ondernemer is verplicht:
a. aan de aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
d. te gedogen dat de aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen dieren, voeder en verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking te verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
3. De toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
- Wet
- Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032400
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl