BWBR0032400
Geldig vanaf 02-12-2012
Artikel 5
Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012
1. De voorzitter kan, namens het bestuur, de ondernemer, bedoeld in artikel 4, gelasten zijn pluimvee gedurende een bepaalde periode te houden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter de ondernemer, bedoeld in artikel 4, die pluimvee houdt volgens de biologische productiemethode, bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91, adviseren zijn pluimvee gedurende een bepaalde periode te houden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.
3. De voorzitter kan, namens het bestuur, op grond van laboratoriumonderzoek bepalen dat een koppel pluimvee dat besmet is met Salmonella gallinarum of Salmonella pullorum of een besmettelijke dierziekte of verontreiniging die niet direct een gevaar oplevert voor de mens, voor de rest van het leven wordt gehouden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels in deze ruimte kunnen doordringen of dat uitwerpselen van het in quarantaine gehouden pluimvee oorzaak kunnen zijn van versleping of besmetting.
2. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter de ondernemer, bedoeld in artikel 4, die pluimvee houdt volgens de biologische productiemethode, bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91, adviseren zijn pluimvee gedurende een bepaalde periode te houden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.
3. De voorzitter kan, namens het bestuur, op grond van laboratoriumonderzoek bepalen dat een koppel pluimvee dat besmet is met Salmonella gallinarum of Salmonella pullorum of een besmettelijke dierziekte of verontreiniging die niet direct een gevaar oplevert voor de mens, voor de rest van het leven wordt gehouden in een ruimte die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels in deze ruimte kunnen doordringen of dat uitwerpselen van het in quarantaine gehouden pluimvee oorzaak kunnen zijn van versleping of besmetting.
- Wet
- Verordening tijdelijke en preventieve maatregelen bij calamiteiten in de pluimveesector (PPE) 2012
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032400
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl