BWBR0032339
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 5
Regeling medisch specialistische zorg
1. De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich met een nieuwe zorgvraag bij de medisch specialist6Waar in de artikelen 5 tot en met 11 van deze regeling wordt gesproken over ‘medisch specialist’ kan daarmee ook worden bedoeld: de audioloog of de specialist ouderengeneeskunde. meldt óf, indien dat eerder is, op het moment dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van deze nieuwe zorgvraag.
2. Wanneer er bij de behandeling van de zorgvraag van de patiënt meer poortspecialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk poortspecialisme, waarvoor sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling, een eigen zorgtraject.
3. De daadwerkelijke verleende zorg wordt vastgelegd7Onder vastleggen wordt hier mede begrepen, het op een juiste manier vertalen van lokale verrichtingen naar zorgactiviteiten. in door de NZa vastgestelde zorgactiviteiten.
4. Indien meerdere specialismen bijdragen aan het uitvoeren van één unieke zorgactiviteit, mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal voor de afleiding van een DBC-zorgproduct worden benut.
5. De poortspecialist is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose en beperkt zich daarbij tot de componenten vermeld op de voor dat specialisme of type van zorg geldende typeringslijst.8Ieder specialisme kent een eigen typeringslijst.
6. De administratieve organisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een audit-trail mogelijk is. De zorgautoriteit en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om typeringen en vastlegging van de uitgevoerde zorgactiviteiten op juistheid te controleren.
7. Add-ons kunnen uitsluitend geregistreerd worden in combinatie met een subtraject.9Deze voorwaarde is niet van toepassing indien de toediening in het buitenland plaatsvindt en de betreffende add-on in Nederland wordt gedeclareerd. Dit geldt niet voor een add-on intensive care, met zorgtype 52.
8. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de zorgactiviteiten in de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden (naast de andere data elementen) uitsluitend die zorgactiviteiten bevat die zijn uitgevoerd ter beantwoording van de zorgvraag waarop het subtraject betrekking heeft.
9. Een uitgevoerde zorgactiviteit mag slechts aan één subtraject worden gekoppeld.
10. Het is niet toegestaan om binnen 28 dagen na afsluiten van een DBC (openingsdatum in 2011) een subtraject te openen (openingsdatum in 2012) met eenzelfde zorgtype en diagnose, tenzij artikelen 6 tot en met 9 anders voorschrijven.
2. Wanneer er bij de behandeling van de zorgvraag van de patiënt meer poortspecialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk poortspecialisme, waarvoor sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling, een eigen zorgtraject.
3. De daadwerkelijke verleende zorg wordt vastgelegd7Onder vastleggen wordt hier mede begrepen, het op een juiste manier vertalen van lokale verrichtingen naar zorgactiviteiten. in door de NZa vastgestelde zorgactiviteiten.
4. Indien meerdere specialismen bijdragen aan het uitvoeren van één unieke zorgactiviteit, mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal voor de afleiding van een DBC-zorgproduct worden benut.
5. De poortspecialist is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose en beperkt zich daarbij tot de componenten vermeld op de voor dat specialisme of type van zorg geldende typeringslijst.8Ieder specialisme kent een eigen typeringslijst.
6. De administratieve organisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een audit-trail mogelijk is. De zorgautoriteit en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om typeringen en vastlegging van de uitgevoerde zorgactiviteiten op juistheid te controleren.
7. Add-ons kunnen uitsluitend geregistreerd worden in combinatie met een subtraject.9Deze voorwaarde is niet van toepassing indien de toediening in het buitenland plaatsvindt en de betreffende add-on in Nederland wordt gedeclareerd. Dit geldt niet voor een add-on intensive care, met zorgtype 52.
8. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de zorgactiviteiten in de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden (naast de andere data elementen) uitsluitend die zorgactiviteiten bevat die zijn uitgevoerd ter beantwoording van de zorgvraag waarop het subtraject betrekking heeft.
9. Een uitgevoerde zorgactiviteit mag slechts aan één subtraject worden gekoppeld.
10. Het is niet toegestaan om binnen 28 dagen na afsluiten van een DBC (openingsdatum in 2011) een subtraject te openen (openingsdatum in 2012) met eenzelfde zorgtype en diagnose, tenzij artikelen 6 tot en met 9 anders voorschrijven.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032339
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl