BWBR0032339
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 15
Regeling medisch specialistische zorg
1. Een overig zorgproduct wordt gedeclareerd bij de zorgverzekeraar waar de verzekering liep ten tijde van de uitvoerdatum van het overige zorgproduct.23Indien ten tijde van de uitvoeringsdatum van het overige zorgproduct de patiënt onverzekerd was of er op dat moment geen aanspraak was, zal het overige zorgproduct bij de patiënt worden gedeclareerd.
2. Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijns diagnostiek, paramedische zorg en behandeling en overige verrichtingen, kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van:
a. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn,24Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, 078012, 078013 en 078110) is ingeval dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog in het kader van een fertiliteitsspreekuur verwijzing van de eerstelijn niet noodzakelijk. waarbij dit overige zorgproduct niet binnen één week na uitvoering leidt tot opening van een zorgtraject, of
b. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt, of
c. Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg’, of
d. Directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie of prenatale screening, waarbij betreffende zorgactiviteiten niet uitgevoerd worden in het kader van een zorgtraject of op aanvraag van een hoofdbehandelaar.25De zorgaanbieder moet te allen tijde kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling i.h.k.v. directe toegang niet voortvloeit uit de zorgvraag van een bestaand zorgtraject.
3. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de dienstverlenende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels.
4. De add-on (zorgactiviteit met de indicatie add-on) mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ‘los van het zorgproduct’ worden gedeclareerd.
5. De add-ons IC-toeslagen (190126, 190135, 190142, 190127, 190136, 190143, 190128, 190137, 190144) mogen alleen in combinatie met IC-behandeldagen (190125, 190134, 190141) worden gedeclareerd (dus niet in combinatie met de add-ons voor de neonatale IC en de pediatrische IC (190150, 190151)).
6. Bij declaratie van een add-on wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een IC met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd.26Dit artikellid is niet van toepassing op add-ons die behoren bij een DBC met openingsdatum in 2011.
7. Een add-on weesgeneesmiddel mag alleen gedeclareerd worden indien geleverd door een daartoe in een tariefbeschikking aangewezen instelling.27Deze declaratiebepaling is niet van toepassing op de add-ons voor het weesgeneesmiddel lenalidomide (zorgproductcodes 194600 t/m 194603).
8. Overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten kunnen naast een DBC-zorgproduct gedeclareerd worden.
9. De overige zorgproducten (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mogen naast een DBC-zorgproduct worden gedeclareerd, indien:
– het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog, en
– het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende DBC-zorgproduct) neurologie (0330), en
– er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel, en
– er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar.
10. Naast de hier vermelde declaratiebepalingen gelden voor overige zorgproducten tevens de bij de desbetreffende prestatieomschrijvingen28Deze zijn te vinden in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. vermelde specifieke declaratiebepalingen.
11. Voor productie in het kader van de eerstelijn geldt voor de prestaties Klinisch-chemische en microbiologische onderzoeken (070001 t/m 079996) dat de kostenbedragen gedeclareerd kunnen worden, onafhankelijk van de uitvoerder (klinisch chemicus, hematoloog, medische microbioloog).
2. Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijns diagnostiek, paramedische zorg en behandeling en overige verrichtingen, kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van:
a. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn,24Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, 078012, 078013 en 078110) is ingeval dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog in het kader van een fertiliteitsspreekuur verwijzing van de eerstelijn niet noodzakelijk. waarbij dit overige zorgproduct niet binnen één week na uitvoering leidt tot opening van een zorgtraject, of
b. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt, of
c. Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg’, of
d. Directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie of prenatale screening, waarbij betreffende zorgactiviteiten niet uitgevoerd worden in het kader van een zorgtraject of op aanvraag van een hoofdbehandelaar.25De zorgaanbieder moet te allen tijde kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling i.h.k.v. directe toegang niet voortvloeit uit de zorgvraag van een bestaand zorgtraject.
3. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de dienstverlenende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels.
4. De add-on (zorgactiviteit met de indicatie add-on) mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ‘los van het zorgproduct’ worden gedeclareerd.
5. De add-ons IC-toeslagen (190126, 190135, 190142, 190127, 190136, 190143, 190128, 190137, 190144) mogen alleen in combinatie met IC-behandeldagen (190125, 190134, 190141) worden gedeclareerd (dus niet in combinatie met de add-ons voor de neonatale IC en de pediatrische IC (190150, 190151)).
6. Bij declaratie van een add-on wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een IC met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd.26Dit artikellid is niet van toepassing op add-ons die behoren bij een DBC met openingsdatum in 2011.
7. Een add-on weesgeneesmiddel mag alleen gedeclareerd worden indien geleverd door een daartoe in een tariefbeschikking aangewezen instelling.27Deze declaratiebepaling is niet van toepassing op de add-ons voor het weesgeneesmiddel lenalidomide (zorgproductcodes 194600 t/m 194603).
8. Overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten kunnen naast een DBC-zorgproduct gedeclareerd worden.
9. De overige zorgproducten (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mogen naast een DBC-zorgproduct worden gedeclareerd, indien:
– het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog, en
– het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende DBC-zorgproduct) neurologie (0330), en
– er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel, en
– er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar.
10. Naast de hier vermelde declaratiebepalingen gelden voor overige zorgproducten tevens de bij de desbetreffende prestatieomschrijvingen28Deze zijn te vinden in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. vermelde specifieke declaratiebepalingen.
11. Voor productie in het kader van de eerstelijn geldt voor de prestaties Klinisch-chemische en microbiologische onderzoeken (070001 t/m 079996) dat de kostenbedragen gedeclareerd kunnen worden, onafhankelijk van de uitvoerder (klinisch chemicus, hematoloog, medische microbioloog).
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032339
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl