BWBR0032327
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel XI
Besluit aanpassing rechtspositionele bepalingen herziening gerechtelijke kaart
1. Voor de toepasselijkheid van artikel 16, eerste lid, vierde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatiewordt onder salarishoogte behorende bij de functie van voorzitter of ander rechterlijk lid, indien het personen betreft die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 1, vijfde of zesde lid, van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak, zoals dat op dat moment luidde, een salaris ontvingen van € 8 685,54 per maand, vermenigvuldigd met de voor hen geldende arbeidsduurfactor, verstaan: een salarishoogte van € 8 685,54 per maand, vermenigvuldigd met de voor hen geldende arbeidsduurfactor.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatieeen toelage ontvingen gelijk aan het verschil tussen het salaris dat betrokkene overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarengeniet en een bedrag van € 8 685,54 per maand.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatieeen toelage ontvingen gelijk aan het verschil tussen het salaris dat betrokkene overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarengeniet en een bedrag van € 8 685,54 per maand.