BWBR0032219
Geldig vanaf 2018-06-14
Artikel 4
Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen 2012
1. De in artikel 4, tweede lid, van de Meetbrievenwet 1981bedoelde bevoegdheid van de minister tot het afgeven van meetbrieven voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.
2. De in artikel 9, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, bedoelde bevoegdheid van de minister tot het intrekken van de Internationale Meetbrief (1969), voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.
3. Ten aanzien van de door Register Holland Classebureau Zeevaart B.V. te Steenwijk, Nederland, geklasseerde zeeschepen en zeegaande pleziervaartuigen met een lengte van meer dan 24m, wordt de directeur van die organisatie:
a. gemachtigd tot het uitoefenen van de bevoegdheid van de minister tot het vaststellen van de tonnage als bedoeld in de artikelen 6, 11, 14, 17 en 19 van de Meetbrievenwet 1981;
b. gemandateerd tot het uitoefenen van de in artikel 4, tweede lid, en artikel 9, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, bedoelde bevoegdheid van de minister tot het afgeven, respectievelijk intrekken van meetbrieven.
2. De in artikel 9, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, bedoelde bevoegdheid van de minister tot het intrekken van de Internationale Meetbrief (1969), voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.
3. Ten aanzien van de door Register Holland Classebureau Zeevaart B.V. te Steenwijk, Nederland, geklasseerde zeeschepen en zeegaande pleziervaartuigen met een lengte van meer dan 24m, wordt de directeur van die organisatie:
a. gemachtigd tot het uitoefenen van de bevoegdheid van de minister tot het vaststellen van de tonnage als bedoeld in de artikelen 6, 11, 14, 17 en 19 van de Meetbrievenwet 1981;
b. gemandateerd tot het uitoefenen van de in artikel 4, tweede lid, en artikel 9, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, bedoelde bevoegdheid van de minister tot het afgeven, respectievelijk intrekken van meetbrieven.