BWBR0032163
Geldig vanaf 2012-11-03
Artikel 10
Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs
1. De voor het tijdvak 2013 tot en met 2016 toe te kennen bedragen worden jaarlijks bepaald. Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de loon- en prijscompensatie, voorzover Onze minister in enig jaar besluit tot uitkering daarvan, en met de budgettaire herverdelingseffecten als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures.
2. Een toekenning van bekostiging voor onderwijskwaliteit en studiesucces wordt berekend op basis van het aandeel van de aanvrager in de studentgebonden financiering, bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit, en de onderwijsopslag in percentages, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het Besluit, van de desbetreffende groep instellingen voor het desbetreffende begrotingsjaar.
3. Bedragen voor bekostiging voor onderwijskwaliteit en studiesucces die als gevolg van afwijzingen door Onze Minister niet worden toegekend, worden volgens de uitgangspunten van het tweede lid verdeeld over de instellingen, waaraan wel een bedrag is toegekend.
4. Indien Onze minister in enig jaar ten opzichte van het voorafgaande jaar aanvullend budget voor onderwijskwaliteit en studiesucces beschikbaar stelt, wordt uitsluitend dat aanvullende budget verdeeld op de wijze, bedoeld in het tweede lid, De verdeling vindt plaats over de instellingen, waaraan ook in het voorafgaande jaar een bedrag is toegekend.
5. Een toekenning van bekostiging voor profilering en zwaartepuntvorming wordt berekend door het beschikbare budget volgens de rekenregels die in het Beoordelingskader zijn opgenomen, te verdelen over de plannen die volgens dat Beoordelingskader voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 9.
6. Onze Minister betaalt een voor enig jaar toegekend bedrag op dezelfde wijze als en gelijktijdig met de jaarlijkse rijksbijdrage, bedoeld in de artikelen 2.5en 2.6 van de wet.
2. Een toekenning van bekostiging voor onderwijskwaliteit en studiesucces wordt berekend op basis van het aandeel van de aanvrager in de studentgebonden financiering, bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit, en de onderwijsopslag in percentages, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het Besluit, van de desbetreffende groep instellingen voor het desbetreffende begrotingsjaar.
3. Bedragen voor bekostiging voor onderwijskwaliteit en studiesucces die als gevolg van afwijzingen door Onze Minister niet worden toegekend, worden volgens de uitgangspunten van het tweede lid verdeeld over de instellingen, waaraan wel een bedrag is toegekend.
4. Indien Onze minister in enig jaar ten opzichte van het voorafgaande jaar aanvullend budget voor onderwijskwaliteit en studiesucces beschikbaar stelt, wordt uitsluitend dat aanvullende budget verdeeld op de wijze, bedoeld in het tweede lid, De verdeling vindt plaats over de instellingen, waaraan ook in het voorafgaande jaar een bedrag is toegekend.
5. Een toekenning van bekostiging voor profilering en zwaartepuntvorming wordt berekend door het beschikbare budget volgens de rekenregels die in het Beoordelingskader zijn opgenomen, te verdelen over de plannen die volgens dat Beoordelingskader voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 9.
6. Onze Minister betaalt een voor enig jaar toegekend bedrag op dezelfde wijze als en gelijktijdig met de jaarlijkse rijksbijdrage, bedoeld in de artikelen 2.5en 2.6 van de wet.