BWBR0032151
Geldig vanaf 2012-11-01
Artikel 2
Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012
1. De in deze regeling opgenomen beleidsregels hebben betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de volgende bevoegdheden:
a. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur voor het verzorgen van een nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 6.2 eerste lid, van de wet;
b. de bevoegdheid tot het aanmerken van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs als masteropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de wet;
c. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur een opleiding of een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten of openbare lichamen BES dan opgenomen in het Croho te vestigen, bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wet; en
d. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het samenvoegen van twee of meer reeds in het Croho geregistreerde opleidingen tot een brede opleiding, als bedoeld in artikel 21.
2. Onder het vestigen van een opleiding dan wel een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten of openbare lichamen BES dan opgenomen in het Croho wordt tevens begrepen: het verplaatsen van een opleiding dan wel een gedeelte daarvan naar een andere gemeente of openbaar lichaam BES.
3. De CDHO adviseert de minister inzake de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onder a tot en met c.
a. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur voor het verzorgen van een nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 6.2 eerste lid, van de wet;
b. de bevoegdheid tot het aanmerken van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs als masteropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de wet;
c. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur een opleiding of een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten of openbare lichamen BES dan opgenomen in het Croho te vestigen, bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wet; en
d. de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het samenvoegen van twee of meer reeds in het Croho geregistreerde opleidingen tot een brede opleiding, als bedoeld in artikel 21.
2. Onder het vestigen van een opleiding dan wel een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten of openbare lichamen BES dan opgenomen in het Croho wordt tevens begrepen: het verplaatsen van een opleiding dan wel een gedeelte daarvan naar een andere gemeente of openbaar lichaam BES.
3. De CDHO adviseert de minister inzake de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onder a tot en met c.