BWBR0032119
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 6
Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s
1. De voorzitter vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie als voorzitter.
2. De voorzitter meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter, aan Onze Minister.
3. De voorzitter maakt openbaar welke nevenfuncties hij vervult, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter.
2. De voorzitter meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter, aan Onze Minister.
3. De voorzitter maakt openbaar welke nevenfuncties hij vervult, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter.