BWBR0032105
Geldig vanaf 2016-03-16
Artikel 9
Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2018
1. Een aanvraag van een instellingssubsidie van minder dan € 25.000 wordt uiterlijk tweeëntwintig weken na afloop van het subsidiejaar ingediend.
2. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de instellingssubsidie, bedoeld in het eerste lid.
3. De aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.
4. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen drie weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.
5. De instellingssubsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, opgenomen in het opleidingsschema van 15 februari na afloop het subsidiejaar, vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per voltijdse opleidingsplaats voor de desbetreffende zorgopleiding, met dien verstande dat de instellingssubsidie voor wat betreft de instroom ten hoogste wordt vastgesteld op het aantal personen en opleidingsplaatsen zoals opgenomen in het plan bedoeld in artikel 3, tweede lid.
2. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de instellingssubsidie, bedoeld in het eerste lid.
3. De aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.
4. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen drie weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.
5. De instellingssubsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, opgenomen in het opleidingsschema van 15 februari na afloop het subsidiejaar, vermenigvuldigd met het subsidiebedrag per voltijdse opleidingsplaats voor de desbetreffende zorgopleiding, met dien verstande dat de instellingssubsidie voor wat betreft de instroom ten hoogste wordt vastgesteld op het aantal personen en opleidingsplaatsen zoals opgenomen in het plan bedoeld in artikel 3, tweede lid.