Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. agentschap: intern verzelfstandigd in de uitvoering werkzaam dienstonderdeel van een ministerie dat een eigen sturingsmodel en financiële administratie heeft;
b. verplichtingen-kasagentschap: agentschap dat een verplichtingen-kasstelsel hanteert, waaraan regels met betrekking tot het beheer zijn gesteld op basis van de artikelen 38, eerste lid, en 65, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
c. baten-lastenagentschap: agentschap dat een baten-lastenstelsel hanteert, zijnde een baten-lastendienst als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001;
d. lening: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld aan een baten-lastenagentschap vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een leningrekening;
e. initiële lening: lening die wordt afgesloten ten behoeve van de financiering van over te nemen vaste activa van een ministerie;
f. termijndeposito: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een depositorekening;
g. Rijkshoofdboekhouding: afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor de agentschappen ten behoeve van de centrale kas van ’s Rijks schatkist;
h. jaarrekening (verplichtingen-kasagentschap): verantwoordingsstaat en saldibalans per 31 december met inbegrip van de toelichting daarop;
i. jaarrekening (baten-lastenagentschap): balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht per 31 december met inbegrip van de toelichtingen daarop, als bedoeld in artikel 361, eerste lid van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
j. doelmatigheid: verhouding tussen de ingezette middelen en de geleverde prestaties (in kwaliteit en kwantiteit);
k. risicoafspraken: de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen worden toebedeeld aan eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer;
l. kasreserve: een reserve die door een verplichtingen-kasagentschap wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen;
m. eigenaar: de binnen het betrokken ministerie aangewezen verantwoordelijke voor het toezicht op het beleid van de opdrachtnemer en op de algemene gang van zaken in het agentschap;
n. opdrachtgever: degene binnen een ministerie die het agentschap opdracht geeft tot het leveren van producten of diensten en daarvoor een bijdrage toekent;
o. opdrachtnemer: de eindverantwoordelijke binnen het agentschap.
a. agentschap: intern verzelfstandigd in de uitvoering werkzaam dienstonderdeel van een ministerie dat een eigen sturingsmodel en financiële administratie heeft;
b. verplichtingen-kasagentschap: agentschap dat een verplichtingen-kasstelsel hanteert, waaraan regels met betrekking tot het beheer zijn gesteld op basis van de artikelen 38, eerste lid, en 65, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
c. baten-lastenagentschap: agentschap dat een baten-lastenstelsel hanteert, zijnde een baten-lastendienst als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001;
d. lening: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld aan een baten-lastenagentschap vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een leningrekening;
e. initiële lening: lening die wordt afgesloten ten behoeve van de financiering van over te nemen vaste activa van een ministerie;
f. termijndeposito: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een depositorekening;
g. Rijkshoofdboekhouding: afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor de agentschappen ten behoeve van de centrale kas van ’s Rijks schatkist;
h. jaarrekening (verplichtingen-kasagentschap): verantwoordingsstaat en saldibalans per 31 december met inbegrip van de toelichting daarop;
i. jaarrekening (baten-lastenagentschap): balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht per 31 december met inbegrip van de toelichtingen daarop, als bedoeld in artikel 361, eerste lid van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
j. doelmatigheid: verhouding tussen de ingezette middelen en de geleverde prestaties (in kwaliteit en kwantiteit);
k. risicoafspraken: de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen worden toebedeeld aan eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer;
l. kasreserve: een reserve die door een verplichtingen-kasagentschap wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen;
m. eigenaar: de binnen het betrokken ministerie aangewezen verantwoordelijke voor het toezicht op het beleid van de opdrachtnemer en op de algemene gang van zaken in het agentschap;
n. opdrachtgever: degene binnen een ministerie die het agentschap opdracht geeft tot het leveren van producten of diensten en daarvoor een bijdrage toekent;
o. opdrachtnemer: de eindverantwoordelijke binnen het agentschap.