BWBR0005333
Geldig vanaf 1992-01-09
Artikel 6
Besluit Taak FEZ
De directeur FEZ oefent toezicht uit op de uitvoering van de begroting door de hoofden van dienst. Dit toezicht heeft in het bijzonder betrekking op:
a. het mede waarborgen dat een ordelijk en controleerbaar financieel beheer wordt gevoerd;
b. de rechtmatige en doelmatige besteding van de bedragen die bij de begroting zijn toegestaan;
c. het niet overschrijden van aan de hoofden van dienst toegewezen budgetten;
d. de volledige, tijdige en doelmatige inning van de ontvangsten en de rechtmatige, doelmatige en tijdige betaling van de uitgaven;
e. het in acht nemen van de door Onze minister en de door Onze Minister van Financiën in het algemeen of voor bepaalde begrotingsposten gegeven voorschriften en gestelde voorwaarden voor de uitvoering van de begroting;
f. de wijze waarop de administraties, onder andere bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 door de hoofden van dienst worden bijgehouden.
a. het mede waarborgen dat een ordelijk en controleerbaar financieel beheer wordt gevoerd;
b. de rechtmatige en doelmatige besteding van de bedragen die bij de begroting zijn toegestaan;
c. het niet overschrijden van aan de hoofden van dienst toegewezen budgetten;
d. de volledige, tijdige en doelmatige inning van de ontvangsten en de rechtmatige, doelmatige en tijdige betaling van de uitgaven;
e. het in acht nemen van de door Onze minister en de door Onze Minister van Financiën in het algemeen of voor bepaalde begrotingsposten gegeven voorschriften en gestelde voorwaarden voor de uitvoering van de begroting;
f. de wijze waarop de administraties, onder andere bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 door de hoofden van dienst worden bijgehouden.