BWBR0032075
Geldig vanaf 2021-12-17
Artikel 42
Subsidieregeling instandhouding monumenten
1. De minister kan de periode waarvoor de subsidie is verleend op verzoek van de subsidieontvanger met een jaar verlengen, indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode af te ronden.
2. Een verzoek om verlenging bevat:
a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke subsidieperiode kunnen worden afgerond; en
b. een opgave van de werkzaamheden waarvoor de verlenging noodzakelijk is.
3. De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in ieder geval in voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.
2. Een verzoek om verlenging bevat:
a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke subsidieperiode kunnen worden afgerond; en
b. een opgave van de werkzaamheden waarvoor de verlenging noodzakelijk is.
3. De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in ieder geval in voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.