BWBR0032043
Geldig vanaf 15-10-2012
Artikel 14
Besluit mandaat en machtiging CBP
1. Er is een klachtencoördinator die klachten behandelt als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. In geval van afwezigheid of ontstentenis wordt de klachtencoördinator vervangen.
3. Aan de klachtencoördinator en zijn vervanger wordt mandaat en machtiging verleend voor de handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Het toepassen van artikel 9:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht blijft voorbehouden aan de voorzitter van het College, de directeur als bedoeld in artikel 1 sub a en de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 1 sub b, c, d, e, f en g .
2. In geval van afwezigheid of ontstentenis wordt de klachtencoördinator vervangen.
3. Aan de klachtencoördinator en zijn vervanger wordt mandaat en machtiging verleend voor de handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Het toepassen van artikel 9:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht blijft voorbehouden aan de voorzitter van het College, de directeur als bedoeld in artikel 1 sub a en de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 1 sub b, c, d, e, f en g .
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032043
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl