BWBR0032043
Geldig vanaf 15-10-2012
Artikel 10
Besluit mandaat en machtiging CBP
1. Aan de in de bijlage bij dit besluit genoemde functionarissen, werkzaam bij het secretariaat van het College bescherming persoonsgegevens, wordt mandaat en machtiging verleend om namens het College besluiten te nemen of andere handelingen dan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten ten aanzien van de aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de afdeling waarin zij werkzaam zijn.
2. De bedoelde functionarissen hanteren de aan hen, krachtens het verleende mandaat of de verleende machtiging, toekomende bevoegdheid voor zover dat past in de normale taakuitoefening van de functionaris.
3. De mandaat- en machtigingsverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. aangelegenheden, die naar aard of inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij door het College dienen te worden afgedaan, zoals bedoeld in artikel 9 dan wel door de voorzitter of één van de twee andere leden van het College in mandaat op basis van de ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging CBP’ dienen te worden afgedaan;
b. richtinggevende beslissingen/zienswijzen over de inhoud van regelgeving, met name nieuwe interpretatie van normen;
c. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie;
d. beslissingen op bezwaar naar aanleiding van een besluit genomen door het College of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de twee andere leden van het College;
e. beroepschriften naar aanleiding van een besluit genomen door het College of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de twee andere leden van het College.
2. De bedoelde functionarissen hanteren de aan hen, krachtens het verleende mandaat of de verleende machtiging, toekomende bevoegdheid voor zover dat past in de normale taakuitoefening van de functionaris.
3. De mandaat- en machtigingsverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. aangelegenheden, die naar aard of inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij door het College dienen te worden afgedaan, zoals bedoeld in artikel 9 dan wel door de voorzitter of één van de twee andere leden van het College in mandaat op basis van de ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging CBP’ dienen te worden afgedaan;
b. richtinggevende beslissingen/zienswijzen over de inhoud van regelgeving, met name nieuwe interpretatie van normen;
c. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie;
d. beslissingen op bezwaar naar aanleiding van een besluit genomen door het College of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de twee andere leden van het College;
e. beroepschriften naar aanleiding van een besluit genomen door het College of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de twee andere leden van het College.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032043
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl