BWBR0031788
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 44a
Politiewet 2012
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
a. ambtenaar van politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, b of c;
b. bevoegd gezag: 1°. Onze Minister, voor zover het betreft de korpschef;
2°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar van politie, met uitzondering van de korpschef;
1°. Onze Minister, voor zover het betreft de korpschef;
2°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar van politie, met uitzondering van de korpschef;
c. bezoldiging: 1°. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;
2°. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
1°. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;
2°. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
2. Voor de toepassing van de artikelen 47ben 47cen de paragrafen 3.5.2. en 3.5.3. wordt mede verstaan onder ambtenaar van politie: de nagelaten betrekkingen van een ambtenaar van politie die uit hoofde van zijn overlijden pensioen genieten.
a. ambtenaar van politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, b of c;
b. bevoegd gezag: 1°. Onze Minister, voor zover het betreft de korpschef;
2°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar van politie, met uitzondering van de korpschef;
1°. Onze Minister, voor zover het betreft de korpschef;
2°. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar van politie, met uitzondering van de korpschef;
c. bezoldiging: 1°. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;
2°. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
1°. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;
2°. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
2. Voor de toepassing van de artikelen 47ben 47cen de paragrafen 3.5.2. en 3.5.3. wordt mede verstaan onder ambtenaar van politie: de nagelaten betrekkingen van een ambtenaar van politie die uit hoofde van zijn overlijden pensioen genieten.