BWBR0031740
Geldig vanaf 01-04-2023
Artikel 2.2.1
Beleidsregel geschiktheid 2012
1. Een beleidsbepaler van een aanbieder van krediet, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsholding, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming niet zijnde een verbonden agent, bewaarder, bewaarder van een icbe, crowdfundingdienstverlener, datarapporteringsdienstverlener, icbe, (onder)gevolmachtigd agent of pensioenbewaarder wordt bij aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1 indien hij of zij aantoont minimaal te beschikken over:
a. bestuurlijke vaardigheden nodig voor het dagelijks beleid;
b. leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding;
c. algemene vakinhoudelijke kennis, opgedaan in een relevante werkomgeving;
d. specifieke vakinhoudelijke kennis, opgedaan in een relevante werkomgeving; en
e. geschiktheid ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering.
Onderwerpen a. tot en met e. zijn opgedaan gedurende ten minste twee jaar werkervaring, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten.
2. f. het in staat zijn eigen gedegen, objectieve en onafhankelijke besluiten te nemen en oordelen te vormen bij de vervulling van taken en verantwoordelijkheden, en
g. voldoende tijd, met inbegrip van tijd voor het verwerven van inzicht in de activiteiten van de instelling, haar belangrijkste risico’s en de implicaties van de bedrijfs- en risicostrategie, alsmede voldoende beschikbare tijd in perioden van sterk verhoogde activiteit van de onderneming of van andere entiteiten waar de beleidsbepaler een (neven)functie vervult.
3. Indien bij een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming niet zijnde een verbonden agent, bewaarder, bewaarder van een icbe, crowdfundingdienstverlener, datarapporteringsdienstverlener, icbe, of (onder)gevolmachtigd agent met inbegrip van de beleidsbepalers, ten hoogste zes personen werkzaam zijn en gezien de aard, omvang en complexiteit van de onderneming de vereiste twee jaar werkervaring als genoemd in 2.2.1, eerste lid, niet redelijkerwijs vereist is, kunnen de minimumvereisten als bedoeld onder a, c, d en e, van onderdeel 2.2.1, eerste lid, zijn opgedaan gedurende één jaar aaneengesloten werkervaring. Het vereiste onder b, van onderdeel 2.2.1, eerste lid, wordt in dat geval niet getoetst.
Als de onderneming in omvang groeit naar een onderneming waar meer dan zes personen werkzaam zijn, worden de beleidsbepalers van deze onderneming opnieuw aan de voor hen relevante criteria in hoofdstuk 2 getoetst.
4. Indien een onderneming als bedoeld in onderdeel 2.2.1, eerste lid twee of meer beleidsbepalers heeft, is het voor de beoordeling van:
a. de leidinggevende vaardigheden (2.2.1.1.b) voldoende dat minimaal twee van de beleidsbepalers daarover beschikken;
b. de specifieke vakinhoudelijke kennis (2.2.1.1.d) en geschiktheid ten aanzien van de integere en beheerste bedrijfsvoering (2.2.1.1.e) voldoende dat het collectief gezamenlijk daarover beschikt, met dien verstande dat elke beleidsbepaler in ieder geval over de specifieke vakinhoudelijke kennis of over geschiktheid ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering beschikt.
a. bestuurlijke vaardigheden nodig voor het dagelijks beleid;
b. leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding;
c. algemene vakinhoudelijke kennis, opgedaan in een relevante werkomgeving;
d. specifieke vakinhoudelijke kennis, opgedaan in een relevante werkomgeving; en
e. geschiktheid ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering.
Onderwerpen a. tot en met e. zijn opgedaan gedurende ten minste twee jaar werkervaring, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten.
2. f. het in staat zijn eigen gedegen, objectieve en onafhankelijke besluiten te nemen en oordelen te vormen bij de vervulling van taken en verantwoordelijkheden, en
g. voldoende tijd, met inbegrip van tijd voor het verwerven van inzicht in de activiteiten van de instelling, haar belangrijkste risico’s en de implicaties van de bedrijfs- en risicostrategie, alsmede voldoende beschikbare tijd in perioden van sterk verhoogde activiteit van de onderneming of van andere entiteiten waar de beleidsbepaler een (neven)functie vervult.
3. Indien bij een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming niet zijnde een verbonden agent, bewaarder, bewaarder van een icbe, crowdfundingdienstverlener, datarapporteringsdienstverlener, icbe, of (onder)gevolmachtigd agent met inbegrip van de beleidsbepalers, ten hoogste zes personen werkzaam zijn en gezien de aard, omvang en complexiteit van de onderneming de vereiste twee jaar werkervaring als genoemd in 2.2.1, eerste lid, niet redelijkerwijs vereist is, kunnen de minimumvereisten als bedoeld onder a, c, d en e, van onderdeel 2.2.1, eerste lid, zijn opgedaan gedurende één jaar aaneengesloten werkervaring. Het vereiste onder b, van onderdeel 2.2.1, eerste lid, wordt in dat geval niet getoetst.
Als de onderneming in omvang groeit naar een onderneming waar meer dan zes personen werkzaam zijn, worden de beleidsbepalers van deze onderneming opnieuw aan de voor hen relevante criteria in hoofdstuk 2 getoetst.
4. Indien een onderneming als bedoeld in onderdeel 2.2.1, eerste lid twee of meer beleidsbepalers heeft, is het voor de beoordeling van:
a. de leidinggevende vaardigheden (2.2.1.1.b) voldoende dat minimaal twee van de beleidsbepalers daarover beschikken;
b. de specifieke vakinhoudelijke kennis (2.2.1.1.d) en geschiktheid ten aanzien van de integere en beheerste bedrijfsvoering (2.2.1.1.e) voldoende dat het collectief gezamenlijk daarover beschikt, met dien verstande dat elke beleidsbepaler in ieder geval over de specifieke vakinhoudelijke kennis of over geschiktheid ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering beschikt.
- Citeren als
- Art. 2.2.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031740
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl