BWBR0031637
Geldig vanaf 2012-06-09
Artikel 5
Instellingsbesluit Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis
1. Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. de heer M. van Rijn te Den Haag, lid, tevens voorzitter, tot 5 november 2012;
a1. mevrouw drs. F. Halsema te Amsterdam, lid, tevens voorzitter, met ingang van 3 december 2012, ten behoeve van het nader onderzoek, bedoeld in artikel 2, vierde lid;
b. de heer H. van Moorsel te Vinkeveen;
c. mevrouw R. de Wit te Heerlen.
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris.
3. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
4. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.
5. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de commissie.
6. De minister draagt zorg voor een adequate ondersteuning van de commissie.
7. Indien ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tot secretaris of medewerker worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.
a. de heer M. van Rijn te Den Haag, lid, tevens voorzitter, tot 5 november 2012;
a1. mevrouw drs. F. Halsema te Amsterdam, lid, tevens voorzitter, met ingang van 3 december 2012, ten behoeve van het nader onderzoek, bedoeld in artikel 2, vierde lid;
b. de heer H. van Moorsel te Vinkeveen;
c. mevrouw R. de Wit te Heerlen.
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris.
3. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
4. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.
5. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de commissie.
6. De minister draagt zorg voor een adequate ondersteuning van de commissie.
7. Indien ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tot secretaris of medewerker worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.