BWBR0031524
Geldig vanaf 2012-05-01
Artikel 6
Regeling Audit Committees 2012
1. Het Audit Committee voert minimaal één keer in de twee jaar een zelfevaluatie uit op zijn functioneren. De uitkomsten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd door het Audit Committee en aan de betrokken minister aangeboden.
2. De evaluatie omvat minimaal de taakvervulling door het Audit Committee ten aanzien van de in artikel 1genoemde terreinen en de gemaakte keuzes bij de toepassing van de regeling.
3. Het functioneren van het Audit Committee wordt periodiek geëvalueerd.
4. De toepassing van de regeling in de praktijk en de ervaringen hiermee worden na twee jaar geëvalueerd door de Minister van Financiën, mede op basis van de uitkomsten van de zelfevaluaties van de Audit Committees.
5. De activiteiten van het Audit Committee alsmede de uitkomsten van de evaluaties over het functioneren van het Audit Committee worden vermeld in het departementaal jaarverslag.
2. De evaluatie omvat minimaal de taakvervulling door het Audit Committee ten aanzien van de in artikel 1genoemde terreinen en de gemaakte keuzes bij de toepassing van de regeling.
3. Het functioneren van het Audit Committee wordt periodiek geëvalueerd.
4. De toepassing van de regeling in de praktijk en de ervaringen hiermee worden na twee jaar geëvalueerd door de Minister van Financiën, mede op basis van de uitkomsten van de zelfevaluaties van de Audit Committees.
5. De activiteiten van het Audit Committee alsmede de uitkomsten van de evaluaties over het functioneren van het Audit Committee worden vermeld in het departementaal jaarverslag.