BWBR0031425
Geldig vanaf 2012-04-04
Artikel 2
Besluit mandaat en machtiging inspecteur-generaal van het onderwijs
1. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend om:
a. bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten dan wel lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de Algemene wet bestuursrecht;
b. bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging;
c. een waarschuwing te geven als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs en om een besluit te nemen dat volgens die wet pas kan worden genomen na een waarschuwing, voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft;
d. de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in de Leerplichtwet 1969.
2. Het mandaat en de machtiging bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, strekt zich niet uit tot bevoegdheden ten aanzien van de bekostiging als gevolg van het niet opvolgen van een aanwijzing als bedoeld in artikel 103g van de Wet op het voortgezet onderwijs.
a. bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten dan wel lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de Algemene wet bestuursrecht;
b. bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging;
c. een waarschuwing te geven als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs en om een besluit te nemen dat volgens die wet pas kan worden genomen na een waarschuwing, voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft;
d. de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in de Leerplichtwet 1969.
2. Het mandaat en de machtiging bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, strekt zich niet uit tot bevoegdheden ten aanzien van de bekostiging als gevolg van het niet opvolgen van een aanwijzing als bedoeld in artikel 103g van de Wet op het voortgezet onderwijs.