BWBR0031390
Geldig vanaf 2012-08-01
Artikel 8
Regeling prestatiebox mbo
1. De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 ambtshalve een aanvullende vergoeding op de bekostiging aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor die onderwijsinstelling ten minste één convenant heeft ondertekend.
2. De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
3. De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar.
4. De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve een aanvullende vergoeding op de bekostiging aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor een aanvullende vergoeding op de bekostiging op grond van het eerste lid.
2. De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
3. De aanvullende vergoeding op de bekostiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand november volgend op het desbetreffende kalenderjaar.
4. De minister verstrekt voor het kalenderjaar 2016 ambtshalve een aanvullende vergoeding op de bekostiging aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2015 in aanmerking is gekomen voor een aanvullende vergoeding op de bekostiging op grond van het eerste lid.