BWBR0031291
Geldig vanaf 2012-03-13
Artikel 126
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie van ten minste 8,5 jaar oud:
a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel a, van het besluit.
3. Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. het eerste lid, onderdeel a worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
b. het eerste lid, onderdeel b worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
c. het eerste lid, onderdeel c worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
4. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel a, van het besluit.
3. Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. het eerste lid, onderdeel a worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
b. het eerste lid, onderdeel b worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
c. het eerste lid, onderdeel c worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
4. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.