BWBR0031291
Geldig vanaf 2012-03-13
Artikel 116
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte van wie hernieuwbare warmte voor het eerst nuttig wordt gebruikt en die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:
a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;
b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;
c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.
2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdeel d, van het besluit.
3. De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
4. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
5. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;
b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;
c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.
2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdeel d, van het besluit.
3. De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
4. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
5. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.