BWBR0031137
Geldig vanaf 2012-03-15
Artikel 3a
Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden
1. De Stichting Cultuur – Ondernemen heeft tot taak het college, bedoeld in artikel 2, van advies te dienen overeenkomstig artikel 23, vijfde lid, juncto artikel 35 van de Wet werk en inkomen kunstenaars, zoals die artikelen op 31 december 2011 luidden.
2. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vergoedt ten laste van ’s Rijks kas de door de Stichting Cultuur – Ondernemen gemaakte uitvoeringskosten, voor de uitgebrachte adviezen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de in artikel 3bgestelde regels.
3. De Stichting Cultuur – Ondernemen declareert de gedurende de looptijd van deze regeling gemaakte uitvoeringskosten bij het Rijk door middel van een kostenopgave over die periode. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulentenbedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.
2. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vergoedt ten laste van ’s Rijks kas de door de Stichting Cultuur – Ondernemen gemaakte uitvoeringskosten, voor de uitgebrachte adviezen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de in artikel 3bgestelde regels.
3. De Stichting Cultuur – Ondernemen declareert de gedurende de looptijd van deze regeling gemaakte uitvoeringskosten bij het Rijk door middel van een kostenopgave over die periode. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulentenbedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.