BWBR0031104
Geldig vanaf 2012-03-01
Artikel 6
Besluit Orgaanbeschrijving Regionale Service Organisaties
1. Er is een Regioraad die wordt gevormd door de CdP’s van de ambassades en permanente vertegenwoordigingen in de regio.
2. De Regioraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter voor een periode van twee jaar.
3. De Regioraad vergadert ten minste eenmaal per jaar. Indien een CdP verhinderd is, is zo mogelijk zijn plaatsvervanger bij de vergadering aanwezig. De voorzitter kan zich slechts door de plaatsvervangend voorzitter laten vervangen; één van hen is bij de vergadering aanwezig.
4. De Regioraad stelt een reglement ter uitvoering van zijn bevoegdheden vast en zendt dat onverwijld aan DGCB en het Hoofd RSO.
5. De Regioraad besluit met meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
6. De Regioraad kan besluiten zijn taken en bevoegdheden gedeeltelijk te mandateren aan een dagelijks bestuur bestaande uit ten hoogste vijf leden van de Regioraad waaronder de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Regioraad. De Regioraad stelt daarbij vast welke taken en bevoegdheden aan het dagelijks bestuur worden opgedragen. Het voorzitterschap van het dagelijks bestuur berust bij de voorzitter van de Regioraad.
7. De Regioraad kan, in afwijking van het tweede en zesde lid, besluiten een plaatsvervangend CdP van de ambassades en permanente vertegenwoordigingen in de regio als voorzitter of als plaatsvervangend voorzitter van de Regioraad respectievelijk als gewoon lid van het dagelijks bestuur van de Regioraad te kiezen. Een plaatsvervangend CdP kan zich slechts kandidaat stellen indien de CdP van betrokkene met diens kandidaatstelling schriftelijk instemt.
8. Het Hoofd RSO neemt deel aan vergaderingen van de Regioraad, maar heeft daarin geen stem. Indien het Hoofd RSO verhinderd is, is zo mogelijk zijn plaatsvervanger bij de vergadering aanwezig.
2. De Regioraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter voor een periode van twee jaar.
3. De Regioraad vergadert ten minste eenmaal per jaar. Indien een CdP verhinderd is, is zo mogelijk zijn plaatsvervanger bij de vergadering aanwezig. De voorzitter kan zich slechts door de plaatsvervangend voorzitter laten vervangen; één van hen is bij de vergadering aanwezig.
4. De Regioraad stelt een reglement ter uitvoering van zijn bevoegdheden vast en zendt dat onverwijld aan DGCB en het Hoofd RSO.
5. De Regioraad besluit met meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
6. De Regioraad kan besluiten zijn taken en bevoegdheden gedeeltelijk te mandateren aan een dagelijks bestuur bestaande uit ten hoogste vijf leden van de Regioraad waaronder de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Regioraad. De Regioraad stelt daarbij vast welke taken en bevoegdheden aan het dagelijks bestuur worden opgedragen. Het voorzitterschap van het dagelijks bestuur berust bij de voorzitter van de Regioraad.
7. De Regioraad kan, in afwijking van het tweede en zesde lid, besluiten een plaatsvervangend CdP van de ambassades en permanente vertegenwoordigingen in de regio als voorzitter of als plaatsvervangend voorzitter van de Regioraad respectievelijk als gewoon lid van het dagelijks bestuur van de Regioraad te kiezen. Een plaatsvervangend CdP kan zich slechts kandidaat stellen indien de CdP van betrokkene met diens kandidaatstelling schriftelijk instemt.
8. Het Hoofd RSO neemt deel aan vergaderingen van de Regioraad, maar heeft daarin geen stem. Indien het Hoofd RSO verhinderd is, is zo mogelijk zijn plaatsvervanger bij de vergadering aanwezig.