BWBR0030863
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 16
Regeling risicoverevening 2012
1. Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten in het jaar 2011.
2. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch-specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
3. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
4. Het Zorginstituut merkt de kosten van add-ons voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
5. Het Zorginstituut merkt de kosten hemostatica voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
6. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
7. Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 15, vijfde lid.
8. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit vastgestelde bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra voor 25 procent als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
9. Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’:
a. de kostencomponent en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, uitgezonderd de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek van die instellingen;
b. de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra;
c. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten.
10. Het Zorginstituut merkt de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
11. Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
12. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid, anderzijds.
2. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment van alle instellingen voor medisch-specialistische zorg, inclusief long/astma-klinieken en epilepsiecentra, en uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
3. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
4. Het Zorginstituut merkt de kosten van add-ons voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
5. Het Zorginstituut merkt de kosten hemostatica voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
6. Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
7. Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 15, vijfde lid.
8. Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit vastgestelde bedragen ter verrekening van de in 2012 gerealiseerde opbrengstresultaten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra voor 25 procent als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
9. Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’:
a. de kostencomponent en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten, uitgezonderd de kosten van add-ons, hemostatica en eerstelijnsdiagnostiek van die instellingen;
b. de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten van long/astma-klinieken en epilepsiecentra;
c. alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc-zorgproducten.
10. Het Zorginstituut merkt de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
11. Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste kosten van ziekenhuisverpleging’.
12. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid, anderzijds.