BWBR0030813
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 13
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012
1. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 18verantwoord is.
2. Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
1°. Het intakegesprek, bedoeld in artikel 14, vijfde lid;
2°. Werving van de gastouder;
3°. Het intakegesprek, bedoeld in artikel 14, eerste lid;
4°. Scholing en begeleiding van de gastouder;
5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing;
6°. De koppeling van gastouder en vraagouder;
7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 14, tweede lid;
8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 14, vierde lid;
9°. Vraagbaak voor gastouders;
10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 14, zesde lid;
11°. Interne/externe opleiding/training; en
12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
3. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover.
4. Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, gelden de eisen voortvloeiende uit artikel 1.56, derde lid, van de wetde eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt.
5. Stagiaires dienen in het bezit te zijn van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 10. In afwijking hiervan geldt tot 1 juli 2012 dat alleen stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, in het bezit zijn van een dergelijke verklaring, dan wel dat voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring is aangevraagd.
2. Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
1°. Het intakegesprek, bedoeld in artikel 14, vijfde lid;
2°. Werving van de gastouder;
3°. Het intakegesprek, bedoeld in artikel 14, eerste lid;
4°. Scholing en begeleiding van de gastouder;
5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing;
6°. De koppeling van gastouder en vraagouder;
7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 14, tweede lid;
8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 14, vierde lid;
9°. Vraagbaak voor gastouders;
10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 14, zesde lid;
11°. Interne/externe opleiding/training; en
12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
3. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover.
4. Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, gelden de eisen voortvloeiende uit artikel 1.56, derde lid, van de wetde eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt.
5. Stagiaires dienen in het bezit te zijn van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 10. In afwijking hiervan geldt tot 1 juli 2012 dat alleen stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, in het bezit zijn van een dergelijke verklaring, dan wel dat voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring is aangevraagd.