BWBR0030813
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 11
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012
1. Ter uitvoering van artikel 1.49, derde lid, van de wetbeschikt een gastouderbureau over een pedagogisch beleidsplan, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. Het pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld voordat de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45 van de wet, wordt ingediend.
2. Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar;
c. de eisen die aan de opvangadres worden gesteld, welke in elk geval overeenkomen met de eisen, bedoeld in artikel 17.
3. De in het tweede lid, onder c, bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek op het opvangadres.
4. Het gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.
2. Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar;
c. de eisen die aan de opvangadres worden gesteld, welke in elk geval overeenkomen met de eisen, bedoeld in artikel 17.
3. De in het tweede lid, onder c, bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek op het opvangadres.
4. Het gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.