BWBR0030768
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 7
Regeling procedure bij reorganisaties EL&I
1. Een herplaatsingskandidaat kan binnen twee weken nadat hem het voornemen tot het verlenen van een reorganisatieontslag schriftelijk bekend is gemaakt, zijn bedenkingen daartegen schriftelijk indienen.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van de directeur Bedrijfsvoering.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt de directeur Bedrijfsvoering een toetsingsoordeel aan de in artikel 6 bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt de directeur Bedrijfsvoering hiervan een afschrift aan de herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet verlenen van reorganisatieontslag wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen geeft de commissie haar toetsingsoordeel aan de directeur Bedrijfsvoering in de vorm van een rapport van bevindingen. Een afschrift van dit rapport wordt door de commissie aan de herplaatsingskandidaat gezonden.
8. Indien de commissie in haar rapport van bevindingen tot het oordeel komt dat meer inspanningen tot herplaatsing aangewezen zijn, geeft zij een termijn aan waarbinnen deze redelijkerwijs hun beslag moeten krijgen, zo mogelijk aangevuld met concrete activiteiten die binnen die termijn ondernomen dienen te worden.
9. De directeur Bedrijfsvoering betrekt namens de minister het rapport van bevindingen van de commissie bij de verdere besluitvorming inzake het voorgenomen reorganisatieontslag.
10. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984geldt, wordt voor “de directeur Bedrijfsvoering” gelezen: de secretaris-generaal.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van de directeur Bedrijfsvoering.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt de directeur Bedrijfsvoering een toetsingsoordeel aan de in artikel 6 bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt de directeur Bedrijfsvoering hiervan een afschrift aan de herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De herplaatsingskandidaat die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet verlenen van reorganisatieontslag wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen geeft de commissie haar toetsingsoordeel aan de directeur Bedrijfsvoering in de vorm van een rapport van bevindingen. Een afschrift van dit rapport wordt door de commissie aan de herplaatsingskandidaat gezonden.
8. Indien de commissie in haar rapport van bevindingen tot het oordeel komt dat meer inspanningen tot herplaatsing aangewezen zijn, geeft zij een termijn aan waarbinnen deze redelijkerwijs hun beslag moeten krijgen, zo mogelijk aangevuld met concrete activiteiten die binnen die termijn ondernomen dienen te worden.
9. De directeur Bedrijfsvoering betrekt namens de minister het rapport van bevindingen van de commissie bij de verdere besluitvorming inzake het voorgenomen reorganisatieontslag.
10. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984geldt, wordt voor “de directeur Bedrijfsvoering” gelezen: de secretaris-generaal.