BWBR0030768
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 5
Regeling procedure bij reorganisaties EL&I
1. De medewerker kan binnen twee weken nadat hem het voornemen om hem al dan niet te plaatsen op een passende functie schriftelijk bekend is gemaakt, zijn bedenkingen daartegen schriftelijk indienen.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt het hoofd van dienst advies aan de in artikel 4bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt het hoofd van dienst hiervan een afschrift aan de medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet plaatsen van die medewerker op een functie wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen bij het hoofd van dienst.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen adviseert de commissie bij reorganisaties binnen het kernministerie aan de minister, ter attentie van de secretaris-generaal, en in de overige gevallen aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst. Een afschrift van dit advies wordt door de commissie aan de medewerker gezonden.
8. Uiterlijk twee weken na ontvangst van het advies neemt het hoofd van dienst namens de minister een definitief besluit over de (niet) plaatsing.
9. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, wordt voor “het hoofd van dienst” gelezen: de secretaris-generaal.
10. Een besluit tot plaatsing wordt niet genomen voor zover de uitkomst van een overeenkomstig de voorgaande leden in gang gezette bedenkingenprocedure gevolgen kan hebben voor die plaatsing.
2. De bedenkingen worden gericht aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de bedenkingen vraagt het hoofd van dienst advies aan de in artikel 4bedoelde commissie. Hij zendt hiertoe alle op de zaak betrekking hebbende stukken en eventueel een schriftelijke reactie mee.
4. Ingeval van een schriftelijke reactie als bedoeld in het derde lid zendt het hoofd van dienst hiervan een afschrift aan de medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt.
5. De medewerker die zijn bedenkingen kenbaar heeft gemaakt wordt door de commissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord voordat een definitief besluit met betrekking tot het al dan niet plaatsen van die medewerker op een functie wordt genomen.
6. De commissie kan na het horen nog nadere informatie inwinnen bij het hoofd van dienst.
7. Binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen adviseert de commissie bij reorganisaties binnen het kernministerie aan de minister, ter attentie van de secretaris-generaal, en in de overige gevallen aan de minister, ter attentie van het hoofd van dienst. Een afschrift van dit advies wordt door de commissie aan de medewerker gezonden.
8. Uiterlijk twee weken na ontvangst van het advies neemt het hoofd van dienst namens de minister een definitief besluit over de (niet) plaatsing.
9. Ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, wordt voor “het hoofd van dienst” gelezen: de secretaris-generaal.
10. Een besluit tot plaatsing wordt niet genomen voor zover de uitkomst van een overeenkomstig de voorgaande leden in gang gezette bedenkingenprocedure gevolgen kan hebben voor die plaatsing.