BWBR0030747
Geldig vanaf 2011-12-09
Artikel 12
Beleidsregels cumulatietoets steun in het kader van het Besluit stimulering duurzame energieproductie
1. Met betrekking tot de exploitatielasten en -baten gelden met uitzondering van de categorieën elektriciteit uit biomassa en afvalverbranding en van hernieuwbaar gas de volgende uitgangspunten en rekenregels:
a. voor de exploitatiekosten worden de exploitatiekosten gebruikt zoals vermeld in het ‘ECN-model onrendabele topberekening’ behorende bij de basisprijs die van toepassing is op de producent.
b. wanneer een producent aangeeft dat de exploitatiekosten van zijn productie-installatie hoger zijn dan in het ‘ECN-model onrendabele topberekening’ kan extra steunruimte ontstaan. De producent dient de afwijkende exploitatiekosten te onderbouwen. Indien de exploitatiekosten hoger zijn dan de verkoopinkomsten uit energie wordt getoetst aan artikel 109, lid A, van het milieusteunkader;
2. Met betrekking tot de exploitatielasten en -baten voor de categorieën elektriciteit uit biomassa en afvalverbranding en van hernieuwbaar gas gaat het opgaveformulier vergezeld van een exploitatieoverzicht van de verwachte exploitatielasten- en baten over de subsidieperiode en gelden de volgende uitgangspunten:
a. de variabele kosten bestaan uit kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa, kosten voor afvoer van reststoffen, onderhoudskosten, verzekeringskosten, garantiekosten, administratiekosten en arbeidskosten voor operationeel beheer;
b. de vaste kosten bestaan uit netaansluitingskosten, grondkosten en onroerend zaakbelasting;
c. de variabele exploitatiebaten bestaan uit verkoop van warmte aan derden, poortgelden, verkoop van restproducten en vermeden aardgaskosten.
3. Bij de berekening van de waarde van de verkoopinkomsten van energie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
a. indien het afgesloten productiejaren betreft: de netto contante waarde per datum aanvang project van de werkelijke productie in MWh, Nm3 of GJ per jaar vermenigvuldigd met de op grond van het besluit de voor de betreffende kalenderjaren vastgestelde elektriciteitsprijs, gasprijs of energieprijs voor warmte;
b. indien het nog niet afgesloten productiejaren betreft: de netto contante waarde per datum aanvang project van de verwachte productie in MWh, Nm3 of GJ vermenigvuldigd met de geprognotiseerde elektriciteitsprijs, gasprijs of energieprijs voor warmte;
c. wanneer de producent met facturen aantoont dat zijn verkoopinkomsten afwijken van de vastgestelde energieprijzen, wordt met de door de producent opgegeven prijzen gerekend.
a. voor de exploitatiekosten worden de exploitatiekosten gebruikt zoals vermeld in het ‘ECN-model onrendabele topberekening’ behorende bij de basisprijs die van toepassing is op de producent.
b. wanneer een producent aangeeft dat de exploitatiekosten van zijn productie-installatie hoger zijn dan in het ‘ECN-model onrendabele topberekening’ kan extra steunruimte ontstaan. De producent dient de afwijkende exploitatiekosten te onderbouwen. Indien de exploitatiekosten hoger zijn dan de verkoopinkomsten uit energie wordt getoetst aan artikel 109, lid A, van het milieusteunkader;
2. Met betrekking tot de exploitatielasten en -baten voor de categorieën elektriciteit uit biomassa en afvalverbranding en van hernieuwbaar gas gaat het opgaveformulier vergezeld van een exploitatieoverzicht van de verwachte exploitatielasten- en baten over de subsidieperiode en gelden de volgende uitgangspunten:
a. de variabele kosten bestaan uit kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa, kosten voor afvoer van reststoffen, onderhoudskosten, verzekeringskosten, garantiekosten, administratiekosten en arbeidskosten voor operationeel beheer;
b. de vaste kosten bestaan uit netaansluitingskosten, grondkosten en onroerend zaakbelasting;
c. de variabele exploitatiebaten bestaan uit verkoop van warmte aan derden, poortgelden, verkoop van restproducten en vermeden aardgaskosten.
3. Bij de berekening van de waarde van de verkoopinkomsten van energie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
a. indien het afgesloten productiejaren betreft: de netto contante waarde per datum aanvang project van de werkelijke productie in MWh, Nm3 of GJ per jaar vermenigvuldigd met de op grond van het besluit de voor de betreffende kalenderjaren vastgestelde elektriciteitsprijs, gasprijs of energieprijs voor warmte;
b. indien het nog niet afgesloten productiejaren betreft: de netto contante waarde per datum aanvang project van de verwachte productie in MWh, Nm3 of GJ vermenigvuldigd met de geprognotiseerde elektriciteitsprijs, gasprijs of energieprijs voor warmte;
c. wanneer de producent met facturen aantoont dat zijn verkoopinkomsten afwijken van de vastgestelde energieprijzen, wordt met de door de producent opgegeven prijzen gerekend.