BWBR0030689
Geldig vanaf 2011-12-01
Artikel 8
Regeling experimenten prestatiebeloning onderwijs
1. De hoogte van de subsidie voor de uitvoering van een experiment wordt door de minister vastgesteld aan de hand van het projectplan en de projectbegroting als bedoeld in artikel 2.
2. Het maximum subsidiebedrag wordt bepaald door het aantal experimentjaren waarin leraren in aanmerking kunnen komen voor een prestatiebeloning.
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2011/2012 kennen maximaal 3 experimentjaren
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2012/2013 kennen maximaal 2 experimentjaren
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2013/2014 kennen maximaal 1 experimentjaar
3. Het maximum subsidiebedrag voor prestatiebeloning per fte die deelneemt aan de experimentgroep is in de afzonderlijke sectoren per jaar:
• PO: € 1250,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• (V)SO: €1500,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• VO: € 1700,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• MBO: € 1700,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
4. Naast de subsidie voor de prestatiebeloning van leraren is er een vaste vergoeding voor het bevoegd gezag voor projectkosten en worden (op basis van de begroting in het experimentplan) de jaarlijkse kosten voor de onderzoeker vergoed. De subsidie voor projectkosten staat vast en wordt per jaar berekend en hangt af van de omvang van de jaarlijkse beloningsmiddelen:
a. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen tussen 0 en € 100.000,– bedraagt de subsidie voor projectkosten € 10.000,–.
b. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen tussen € 100.001,– en € 300.000,– bedraagt de subsidie voor projectkosten € 30.000,–.
c. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen van € 300.001,– en hoger bedraagt de subsidie voor projectkosten € 50.000,–.
5. Prestatiebeloning is bedoeld voor de beloning van deelnemende leraren en/of instructeurs. Bij experimenten gericht op teambeloning kan onder bepaalde condities de prestatiebeloning ook worden ingezet voor de beloning van lager management (b.v. teamleider of locatiehoofd) en onderwijs ondersteunend personeel. Dit laatste is ter beoordeling van de Wetenschappelijke Begeleidingscommissie
2. Het maximum subsidiebedrag wordt bepaald door het aantal experimentjaren waarin leraren in aanmerking kunnen komen voor een prestatiebeloning.
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2011/2012 kennen maximaal 3 experimentjaren
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2012/2013 kennen maximaal 2 experimentjaren
• Projecten aangevraagd in de aanvraagperiode 2013/2014 kennen maximaal 1 experimentjaar
3. Het maximum subsidiebedrag voor prestatiebeloning per fte die deelneemt aan de experimentgroep is in de afzonderlijke sectoren per jaar:
• PO: € 1250,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• (V)SO: €1500,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• VO: € 1700,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
• MBO: € 1700,– per fte die deelneemt in de experimentgroep
4. Naast de subsidie voor de prestatiebeloning van leraren is er een vaste vergoeding voor het bevoegd gezag voor projectkosten en worden (op basis van de begroting in het experimentplan) de jaarlijkse kosten voor de onderzoeker vergoed. De subsidie voor projectkosten staat vast en wordt per jaar berekend en hangt af van de omvang van de jaarlijkse beloningsmiddelen:
a. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen tussen 0 en € 100.000,– bedraagt de subsidie voor projectkosten € 10.000,–.
b. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen tussen € 100.001,– en € 300.000,– bedraagt de subsidie voor projectkosten € 30.000,–.
c. Bij jaarlijkse beloningsmiddelen van € 300.001,– en hoger bedraagt de subsidie voor projectkosten € 50.000,–.
5. Prestatiebeloning is bedoeld voor de beloning van deelnemende leraren en/of instructeurs. Bij experimenten gericht op teambeloning kan onder bepaalde condities de prestatiebeloning ook worden ingezet voor de beloning van lager management (b.v. teamleider of locatiehoofd) en onderwijs ondersteunend personeel. Dit laatste is ter beoordeling van de Wetenschappelijke Begeleidingscommissie