BWBR0030661
Geldig vanaf 19-11-2011
Artikel 3.4
Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2013–2016
1. De ingediende literaire educatie-aanvragen worden tegen elkaar afgewogen. Aan maximaal 2 aanvragers kan een literaire educatie-subsidie als bedoeld in artikel 1.10. onder b worden verleend.
2. De aanvraag en aanvrager worden in ieder geval op de volgende punten beoordeeld:
a) de kwaliteit en omvang van de literair educatieve activiteiten;
b) de professionele kwaliteit van het geplande literair educatieve programma;
c) de kwaliteit van eerder door aanvrager georganiseerde educatieve activiteiten;
d) de aansluiting van de educatieve activiteiten op de doelgroep;
e) het leesbevorderend gehalte van de activiteiten;
f) de samenwerking met onderwijsinstellingen;
g) het aantal deelnemers aan de educatieve activiteiten;
h) het ondernemerschap van de aanvrager;
i) de aanwezigheid van een financiële bijdrage van provincie of gemeente.
2. De aanvraag en aanvrager worden in ieder geval op de volgende punten beoordeeld:
a) de kwaliteit en omvang van de literair educatieve activiteiten;
b) de professionele kwaliteit van het geplande literair educatieve programma;
c) de kwaliteit van eerder door aanvrager georganiseerde educatieve activiteiten;
d) de aansluiting van de educatieve activiteiten op de doelgroep;
e) het leesbevorderend gehalte van de activiteiten;
f) de samenwerking met onderwijsinstellingen;
g) het aantal deelnemers aan de educatieve activiteiten;
h) het ondernemerschap van de aanvrager;
i) de aanwezigheid van een financiële bijdrage van provincie of gemeente.
- Citeren als
- Art. 3.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030661
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl