BWBR0030661
Geldig vanaf 19-11-2011
Artikel 2.4
Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2013–2016
1. De ingediende aanvragen voor manifestatie-subsidie worden tegen elkaar afgewogen. Aan maximaal 5 aanvragers kan manifestatie-subsidie worden verleend. Slechts één aanvrager kan in aanmerking komen voor manifestatie-subsidie voor een manifestatie die overwegend op poëzie is gericht.
2. De aanvraag en aanvrager worden in ieder geval op de volgende punten beoordeeld:
a) het belang van de manifestatie voor het Nederlandse literaire en culturele klimaat;
b) de artistieke en professionele visie van de aanvrager;
c) de artistieke en professionele kwaliteit van het geplande programma en deelnemers (auteurs, vertalers, moderatoren);
d) de kwaliteit en (inter)nationale uitstraling van eerder door aanvrager georganiseerde manifestaties;
e) het ondernemerschap van de aanvrager;
f) de aanwezigheid van een financiële bijdrage van provincie of gemeente;
g) de bijdrage aan de diversiteit van het literaire aanbod in Nederland;
h) de kwaliteit van de inzet van digitale media;
i) de geografische spreiding van de culturele activiteiten over Nederland.
3. Wanneer is vastgesteld dat een aanvraag in aanmerking komt voor een basissubsidie, wordt vervolgens beoordeeld of de aanvraag in aanmerking komt voor (maximaal twee) toeslagen vanwege:
a) de internationale samenwerking en uitstraling;
b) de kwaliteit en verankering van de manifestatie door middel van nieuwe media;
c) de kwaliteit en omvang van de educatieve activiteiten of van de talentontwikkeling van schrijvers en vertalers.
2. De aanvraag en aanvrager worden in ieder geval op de volgende punten beoordeeld:
a) het belang van de manifestatie voor het Nederlandse literaire en culturele klimaat;
b) de artistieke en professionele visie van de aanvrager;
c) de artistieke en professionele kwaliteit van het geplande programma en deelnemers (auteurs, vertalers, moderatoren);
d) de kwaliteit en (inter)nationale uitstraling van eerder door aanvrager georganiseerde manifestaties;
e) het ondernemerschap van de aanvrager;
f) de aanwezigheid van een financiële bijdrage van provincie of gemeente;
g) de bijdrage aan de diversiteit van het literaire aanbod in Nederland;
h) de kwaliteit van de inzet van digitale media;
i) de geografische spreiding van de culturele activiteiten over Nederland.
3. Wanneer is vastgesteld dat een aanvraag in aanmerking komt voor een basissubsidie, wordt vervolgens beoordeeld of de aanvraag in aanmerking komt voor (maximaal twee) toeslagen vanwege:
a) de internationale samenwerking en uitstraling;
b) de kwaliteit en verankering van de manifestatie door middel van nieuwe media;
c) de kwaliteit en omvang van de educatieve activiteiten of van de talentontwikkeling van schrijvers en vertalers.
- Citeren als
- Art. 2.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030661
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl