BWBR0030545
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 2
Wet strategische diensten
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste, tweede en derde lid, 7, 8, en 27, eerste en derde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 11, eerste, tweede en negende lid, en 27, vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
3. Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, 7, 11, eerste lid, 12, tweede tot en met zevende lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 14, eerste lid, 16, eerste, tweede en vierde lid, en 21, vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
4. Als Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, heeft bepaald dat de overdracht van daarbij aangewezen programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening, zonder vergunning is verboden, is de adressant van deze beschikking verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister, zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende programmatuur en technologie een andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld.
5. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister om redenen van openbare veiligheid, waaronder het voorkomen van terreurdaden, of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen of een vergunning verplicht stellen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 11, eerste, tweede en negende lid, en 27, vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
3. Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, 7, 11, eerste lid, 12, tweede tot en met zevende lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 14, eerste lid, 16, eerste, tweede en vierde lid, en 21, vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.
4. Als Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, heeft bepaald dat de overdracht van daarbij aangewezen programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening, zonder vergunning is verboden, is de adressant van deze beschikking verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister, zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende programmatuur en technologie een andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld.
5. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister om redenen van openbare veiligheid, waaronder het voorkomen van terreurdaden, of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen of een vergunning verplicht stellen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik voor zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening.