BWBR0030545
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 14
Wet strategische diensten
1. Onze Minister kan aan een toestemming als bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, van verordening 2019/125, aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, van deze wet, en aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 13, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, en de artikelen 4, derde lid en vierde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, 8en 10, eerste lid, voorschriften en voorwaarden verbinden.
2. Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld over:
a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd;
b. de aard van de vergunning;
c. de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning verbonden kunnen worden.
3. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing.
4. De vergunning kan ook worden geweigerd, dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>. Voordat toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van die wet</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
5. Een vergunning als bedoeld in de artikelen 8en 10, eerste lid, wordt in ieder geval geweigerd voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
6. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een toestemming, ontheffing en vergunning, bedoeld in het eerste lid.
2. Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld over:
a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd;
b. de aard van de vergunning;
c. de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning verbonden kunnen worden.
3. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing.
4. De vergunning kan ook worden geweigerd, dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>. Voordat toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van die wet</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
5. Een vergunning als bedoeld in de artikelen 8en 10, eerste lid, wordt in ieder geval geweigerd voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
6. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een toestemming, ontheffing en vergunning, bedoeld in het eerste lid.