Artikel 1.1
Een aanvraag om het vermogen van de voortstuwingsinstallatie van een binnenvaartschip tot een lagere waarde dan het nominale vermogen terug te stellen, wordt ingewilligd onder de volgende voorwaarden:
a. de afstelling van het vermogen geschiedt uitsluitend door de fabrikant of diens officiële vertegenwoordiger in Nederland;
b. de reductie van het vermogen bedraagt niet meer dan 25% van het nominale vermogen;
c. de afstelling is verzegeld door degene die de motor of motoren heeft afgesteld;
d. op elke motor wordt duurzaam door middel van het motorplaatje aangegeven op welk vermogen en toerental de motor is afgesteld;
e. de afstelling wordt vermeld in het proces-verbaal van de motorkenmerken (de inbouwverklaring) als bedoeld in ROSR 1995 Bijlage J, Deel VIII en in aanhangsel V van bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG;
f. degene die de motor of motoren heeft afgesteld maakt een verklaring op waaruit blijkt dat op het betreffende, met name te noemen schip, de motorinstallatie is afgesteld, met vermelding van het afgestelde vermogen en toerental en tevens de vermelding dat de afstelling in de inbouwverklaring is opgenomen. Deze verklaring wordt overgelegd aan de instantie die ingevolge artikel 14 van de Binnenvaartwet is belast met het onderzoek en aan de IVW/Scheepvaart; en
g. de afstelling wordt aangetekend in het certificaat van onderzoek en in de meetbrief.
a. de afstelling van het vermogen geschiedt uitsluitend door de fabrikant of diens officiële vertegenwoordiger in Nederland;
b. de reductie van het vermogen bedraagt niet meer dan 25% van het nominale vermogen;
c. de afstelling is verzegeld door degene die de motor of motoren heeft afgesteld;
d. op elke motor wordt duurzaam door middel van het motorplaatje aangegeven op welk vermogen en toerental de motor is afgesteld;
e. de afstelling wordt vermeld in het proces-verbaal van de motorkenmerken (de inbouwverklaring) als bedoeld in ROSR 1995 Bijlage J, Deel VIII en in aanhangsel V van bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG;
f. degene die de motor of motoren heeft afgesteld maakt een verklaring op waaruit blijkt dat op het betreffende, met name te noemen schip, de motorinstallatie is afgesteld, met vermelding van het afgestelde vermogen en toerental en tevens de vermelding dat de afstelling in de inbouwverklaring is opgenomen. Deze verklaring wordt overgelegd aan de instantie die ingevolge artikel 14 van de Binnenvaartwet is belast met het onderzoek en aan de IVW/Scheepvaart; en
g. de afstelling wordt aangetekend in het certificaat van onderzoek en in de meetbrief.