BWBR0030456
Geldig vanaf 2011-09-23
Artikel 4.1
Beleidsregel binnenvaart
1. Indien vanaf de plaats waar de roerganger zich gewoonlijk bevindt, over een boog van 40 graden van recht achteruit naar stuurboord en over een boog van 40 graden van recht achteruit naar bakboord geen direct vrij gezichtsveld van ten minste 25 graden aan elke zijde aanwezig is, zijn aanvullende maatregelen nodig in de vorm van optische of elektronische hulpmiddelen.
2. Door toepassing van deze hulpmiddelen wordt bereikt dat er vanaf de plaats waar de roerganger zich gewoonlijk bevindt zicht is over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar bakboord en over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar stuurboord.
3. Optische of elektronische hulpmiddelen:
a. geven een beeld van voldoende grootte en kwaliteit, vrij van vervorming;
b. zijn trillingsvrij opgesteld; en
c. functioneren onder alle weersomstandigheden.
2. Door toepassing van deze hulpmiddelen wordt bereikt dat er vanaf de plaats waar de roerganger zich gewoonlijk bevindt zicht is over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar bakboord en over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar stuurboord.
3. Optische of elektronische hulpmiddelen:
a. geven een beeld van voldoende grootte en kwaliteit, vrij van vervorming;
b. zijn trillingsvrij opgesteld; en
c. functioneren onder alle weersomstandigheden.